DOTalk: ICD-10 of DBC diagnoses

Een van mijn opdrachten is nadenken over de invoering van ICD-10 in Nederland, in relatie tot de invoer van DOT, omdat er veel raakvlakken tussen de twee verandertrajecten zijn. Vanuit die vraag doe ik mee met de overige projectleiders van pilotziekenhuizen aan het landelijk project.

Er zijn nog heel veel vragen rond de invoer van ICD-10 in Nederland. Die zal ik hier niet meteen allemaal stellen. Ik wil me nu concentreren op de relatie met ICD-10 met de DOT Grouper.

Een van de uitgangspunten van het DOT programma is dat er sprake gaat zijn van een eenmalige (zorg) registratie aan de bron. Dat komt wat betreft de diagnose neer op een eenmalige registratie van de diagnose door de dokter in ICD-10 codering. En er komt dan een moment dat er geen sprake meer is van een eigen ziekenhuis diagnose code, of een DBC diagnose code, maar elke dokter legt de gestelde diagnose vast in ICD-10 codes.

Ik wil de dokter niet belasten met dubbel werk. Enerzijds omdat dit de genoemde doelstelling van eenmalige registratie onderuit haalt, anderszijds omdat dokters voor dubbel werk niet echt te motiveren zijn (en terecht). Dat betekent wat mij betreft, dat als ICD-10 ingevoerd wordt op het moment dat ook DOT wordt ingevoerd (beiden per 1 januari 2011) we ICD-10 diagnoses aan kunnen bieden aan de Grouper.

Ik heb begrepen dat dit voorlopig niet mogelijk is. DBC-Onderhoud komt wel met een vertaaltabel zodat wij als ziekenhuizen zelf voor de vertaling kunnen zorgen. Dat betekent wel dat 100 ziekenhuizen weer een extra tabel moeten opnemen, en een extra conversie, met alle ruimte voor fouten. Die elk ziekenhuis mag maken. Ik zie hier ruimte voor een verbetering: laat DBC-Onderhoud zelf voor de conversie zorgen: geef de ziekenhuizen de ruimte om diagnoses zowel in ICD-10 als in DBC diagnose codes aan te leveren. Dat zou de ziekenhuizen én de ICD-10 introductie echt vooruit helpen.

Onze goede bedoelingen pakten maandag slecht uit.

De commissie Maatschappelijke Zaken vindt het een goed idee om ‘op lokatie’ te vergaderen. Dus niet altijd in het gemeentehuis, maar ook eens ergens anders in Heiloo. Zo hebben we al eens vergaderd bij de Stichting Welzijn Heiloo, bij de Stichting Peuterspeelzalen Heiloo  en maandag dus bij de nieuwe Springschans.

We krijgen bij zo’n vergadering eerst een rondleiding waarbij de bijzonderheden van de stichting of het gebouw worden toegelicht, en aansluitend vergaderen we dan. Enigszins improviserend want er is geen geluidsinstallatie en de meeste lokaties zijn niet zo groot dat er veel toeschouwers bij kunnen. 

Daar ging het maandag dan ook mis. Vanwege het onderwerp Jeugd OntmoetingsPlek (JOP) in plan Oost, dat door ons op de agenda was gezet, was de publieke tribune goed gevuld en dat pakte niet fijn uit. Volwassen mensen moesen op lage bankjes zitten, in de verlaagde ‘gymzaal’ van de Springschans. Insprekers (onze gasten die het woord hebben gevoerd) waren niet voor iedereen goed te horen, net zo min als de leden van de commissie.

 Ik denk dat het wel een goede vergadering is geweest, en dat zowel de commissie als de gasten hun punten over de JOP met elkaar hebben kunnen uitwisselen. De setting was helaas voor onze gasten minder gelukkig en dat is jammer. Hoe we dat een volgende keer beter kunnen doen zal van de vergaderlokatie afhangen. En meestal krijgen we niet zoveel gasten. Maar het principe om op lokatie te vergaderen is een goed idee en werkt drempelverlagend voor het publiek.

Ik hoop dat u de volgende keer weer langs zult komen.

DOTalk: ICD-10 uitdagingen

Vandaag heb ik een uiterst boeiend gesprek gehad over de aspecten van de invoer van ICD-10.

Ik heb al eerder geschreven dat ICD-10 óók vanaf 1 januari 2011 zal worden ingevoerd. Behalve een landelijke projectleider DOT is er ook een landelijke projectleider ICD-10 en beiden willen ze de invoering eind 2010 hebben afgerond.

Een van de doelstellingen van DOT is is te komen tot een eenmalige registratie aan de bron. De huidige gang van zaken is anders: dokters leggen een diagnose vast (of laten dat doen), en dat is een code die uit een of ander codesysteem komt. Veel ziekenhuizen hebben eigen codes bedacht, er zijn ICD-9 codes voor de diagnose en je kan ook kiezen voor de diagnose code uit de DBC codering. Maar goed, die wordt dus vastgelegd. Als de patiënt het ziekenhuis al verlaten heeft komt het medisch dossier terecht bij medisch codeurs, en die maken van de oorspronkelijke codes (welke dan ook gekozen is) een code die kan worden aangeleverd aan de LMR. Dat is al enige jaren niet meer verplicht maar de meeste ziekenhuizen voelen de morele verplichting dit aan te leveren. Hiermee is namelijk statistiek te bedrijven over de gezondheid, ziektebeelden, behandelingen etc in Nederland.

Dat aan de voorkant van het proces de dokter het ene type code gebruikt, en vervolgens aan de achterkant van het proces de codeurs dat oppakken om ingevoerde codes te vertalen naar de landelijke standaard, klinkt niet als een fijn proces.

Met in het achterhoofd de doelstelling van DOT om alles correct aan de bron te registreren, is dit het uitgelezen moment om de dokter te vragen de diagnoses in ICD-10 te gaan vastleggen. Daarmee zijn niet alle codeurs meteen werkeloos, want voorlopig is enige ondersteuning en controle nog wel noodzakelijk. Bovendien leert de huidige ervaring dat de codeurs ook nog wel eens een foutje uit de vastlegging halen.

Dit klinkt heel eenvoudig en de meeste dokters die ik gesproken heb staan er niet afwijzend tegenover. ICD-10 codering geeft ze veel meer ruimte dan de DBC diagnosecode of de ICD-9 diagnosecode om op de juiste manier vast te leggen wat een patiënt mankeert.

Vandaag hebben we besproken dat een en ander toch niet zo heel eenvoudig is.

Uitdaging 1) ICD-10 codering kan tot op hoog detailniveau worden vastgelegd. Goed voor de statistieken, maar teveel werk voor de dokter. Voor hem (en haar) is het niet interessant of iemand de duim kwijt is door een valbijl, of een kettingzaag (of iets anders engs). De losse duim is het probleem. Maar ICD-10 vraagt die detaillering wel. En als de dokter die detaillering niet vastlegt, komen we toch weer uit bij die medisch codeurs. Want het doel blijft natuurlijk wel om de statistiek ook straks nog te kunnen afleiden. Moeten we dan toch de codeurs in stand houden? En blijven we dan toch op meer plaatsen registreren dan de bron? Jammer dat deze doelstelling niet gehaald wordt? Of zijn er nog andere mogelijkheden?

Uitdaging 2) Er is een zwaar tekort aan medisch codeurs. Ik werk in verschillende ziekenhuizen en overal merk ik dat ze óf steeds grotere achterstanden hebben óf de verwerking maar net bij kunnen houden. Om de achterstanden weg te werken in ziekenhuis A waar ik aan het werk ben, hebben we (voor maximaal 1 dag in de week beschikbaar) gelukkig een extra codeur kunnen vinden. Maar het is zoeken met een zaklamp. En dan nog moeilijk vinden.

En toch willen we in 2010 naar een nieuwe codering. Dezelfde ploeg codeurs die het werk nu al bijna niet aankan, heeft eerst (gemiddeld) een half jaar nodig om de nieuwe codes (ICD-10) eigen te maken, moet natuurlijk het dagelijkse codeerwerk blijven doen, zijn ook de experts om de uitrol van ICD-10 in het ziekenhuis misschien niet daadwerkelijk zelf te doen, maar in ieder geval als vraagbaak ruim aanwezig te zijn? Zullen we ze uitnodigen om elk 24 uur per dag te gaan werken?

Uitdaging 3) en meer: over de status van ICD-10 is nog veel onduidelijk. Nog niet alles is vertaald uit het engels bijvoorbeeld. En hoewel ik in al mijn naïviteit dacht dat de meeste dokters het Engels wel machtig zijn, ben ik inmiddels overtuigd dat dit niet handig is. Weet iemand zo uit het hoofd wat een liesbreuk in het Engels is? In het Latijn mag natuurlijk ook. Welke ICT-aanpassingen zijn nodig om de dokter niet alleen ICD-10 te laten vastleggen, maar er ook voor te zorgen dat de Grouper dit verwerkt?

En zo zijn er nog wel meer uitdagingen op te lossen alvorens op 1 januari 2011 de ICD-10 champagne kan worden uitgeschonken.

Ik blijf het volgen en zal de antwoorden op bovenstaande vragen natuurlijk met u delen.