Natuurlijk moeten patiënten inzicht krijgen in de eigen zorgkosten

Loomans, directeur Zorgbelang Noord-Holland schrijft in zijn blog op Skippr dat hij het geen goed idee vindt om patiënten inzicht te geven in de (eigen) zorgkosten. Hij is bang dat dit averechts werkt. Dat ben ik niet met hem eens.

De heer Loomans wil de dokters kostenbewust maken. Dat is natuurlijk niet verkeerd. Maar dit is zijn alternatief op het inzicht geven in de zorgkosten bij patiënten. Daar ziet Loomans niets in. En dat ben ik niet met hem eens. Het is nu erg lastig, zo niet onmogelijk om enig inzicht te krijgen in de kosten van de genoten zorg. Wat is er tegen dat inzicht? Yunoo, financieel dagboek (AbnAmro) en gelijken draaien op het inzicht geven in de eigen kosten van de huishouding, als antwoord op het probleem dat aan het einde van het geld nog een beetje maand over is.

Overbehandeling is niet alleen iets van dokters, daar vragen ook patiënten om. Niet gehinderd door enige kennis van de kosten. Het is toch niet verkeerd om in ieder geval de mogelijkheid te geven dat inzicht wel te krijgen? Het dom houden van mensen is gelukkig niet van de door Loomans genoemde politieke partij.

Al zie ik wel nogal wat administratieve hobbels die genomen moeten worden voordat wij vanuit het ziekenhuis iedereen een kopie factuur thuis kunnen sturen.

Vooraf inzicht in ziekenhuiskosten?

De VVD neemt een leuk idee over van Martin van Rijn (CEO PGGM): patiënten moeten vooraf inzicht krijgen in de zorgkosten, voordat de behandeling wordt gestart. Ook de nationale ombudsman had hier deze week al ideeën over.

Laten we voor het gemak er even van uit gaan dat dit alleen geldt voor  electieve (planbare) zorg. Als je met hoge spoed, sirene en zwaailicht bij ons wordt binnengereden zou het kunnen zijn dat je andere prioriteiten hebt.

In het hele proces om de administratieve lasten te verlichten in het proces van declareren van zorgverlener (in mijn geval ziekenhuis) naar zorgverzekeraar zijn we vergeten ook de patiënt te informeren. Niet alleen geen informatie achteraf, al helemaal niet vooraf.

Het gevolg daarvan is dat er geen Nederlander is die weet wat de zorg (die hij of zij heeft gekregen) kost. En dus ook telkens weer verbaast is als de ziektekostenpremie omhoog gaat.

Om de patiënt vooraf te informeren is dus een goed idee. Als ik andere diensten dan zorg inkoop informeer ik mij ook altijd over de kosten. Of dat nu gaat over een koelkast of een hulp in de huishouding of muziekles. Alleen bij de zorg laten we dat zitten. En dat komt natuurlijk omdat we er van uitgaan dat de rekening, hoe hoog die ook uitpakt, toch wel door een ander wordt betaald.

Het voorstel is om de zorgverzekeraar hier een rol in te laten spelen. Dat is gek. De patiënt(klant) komt bij ons een dienst (zorg) afnemen en gaat aan iemand anders vragen wat dat moet kosten. Die weet dat wel tot op zekere hoogte. Want  die derde partij betaalt al heel veel van onze declaraties, maar toch. Ik vraag de slager toch ook niet wat het brood kost?

Voor de goede orde: als de zorgverzekeraar deze informatie aan de patienten wil gaan vertellen ben ik niet tegen: ik voorzie namelijk veel werk en ik vind het nooit erg als iemand anders mijn werk uitvoert.

Ik ben alleen bang dat het verzoek uiteindelijk toch bij ons (ziekenhuizen) komt. En ik zie toch een uitdaging. Dit is een administratieve last waar ik niet op zit te wachten. De enige optie die ik zie is dat we de regulier stroom digitale informatie naar de verzekeraar aftappen en elke patiënt via email ook informeren. Vooral niet op papier: veel meer werk, veel meer bos nodig en wie gaat dat allemaal betalen?

En dit is dan informatie achteraf. Informatie vooraf is nog lastiger. Vanaf 1 januari aanstaande gaan we niet meer van te voren uitdenken wat voor zorgproduct we gaan leveren (zoals nu met de DBC systematiek) maar gaan we aan de hand van de geleverde zorg afleiden welk zorgproduct (met welk tarief) het geworden is (DOT). Waarbij dan nog wel sprake is van gemiddelde kosten, maar een complexe knie-operatie kost meer dan een eenvoudig geval. En de aard van ons werk is toch dat het lang niet altijd mogelijk is om van te voren te bepalen of een patiënt met een eenvoudig of een complexe vraag langs komt.

Het lijkt dus wel een voor de hand liggend voorstel van de VVD maar er zitten meer haken en ogen aan dat je op het eerste moment zou bedenken. Ik hoop dat ze nog even verder denken voordat het verplicht wordt, en natuurlijk help ik in dat proces graag mee.

Er zijn teveel coderingen voor de ziekenhuiszorg

In al onze wijsheid hebben (ooit) de academische ziekenhuizen besloten niet uit de voeten te kunnen met de codes van DBC-Onderhoud om uitgevoerde handelingen vast te leggen. Deze verrichtingencodes (en straks heten ze codes voor zorgactiviteiten) waren veel te ruim gekozen om de specialistische zorg die wij als bijzonder ziekenhuis leveren goed te kenschetsen.

Daarom zijn door ons (of: op ons verzoek) CBV codes bedacht (zie voor de echte uitleg de website cbv.nl en bijvoorbeeld http://www.cbv.nl/bestand/bestand2.html).

Ik heb geen enkele twijfel over de toegevoegde waarde van deze gedetailleerde codering. Maar wel over de problemen waar wij onszelf als CBV gebruikende ziekenhuizen in gemanouvreerd hebben.

Want waar DBC-Onderhoud zich druk bezig houdt met het ontwikkelingen nieuwe codes voor (nieuwe) zorgactiviteiten kan het niet anders dan dat het CBV (inmiddels onderdeel van DHD) per definitie achter de feiten aanholt om van die nieuwe codes ook bijbehorende CBV voor ons te maken.

En natuurlijk heeft DBC-Onderhoud tijd nodig om dit werk nauwkeurig uit te voeren en af te stemmen met alle belanghebbenden, en natuurlijk heeft CBV ook tijd nodig om dit werk nauwkeurig uit te voeren en af te stemmen met alle belanghebbenden.

Maar voor ons als ziekenhuizen betekent dit wel dat de tijd die over is om dit in te voeren uiterst beperkt is. Wij hopen nu dat er eind november een goede codering beschikbaar is die we in 2012 met de introductie van DOT kunnen gebruiken. En omdat wij als ziekenhuizen geen idee hebben van de omvang van de wijzigingen die eind november op ons af komen, is het ook erg lastig planninen alles te verwerken.

Hoewel ik de aanloop naar de gedetailleerde codes begrijp, hoop ik wel dat wij als partijen ooit gaan nadenken over de gekkigheid dat partij 1 codes gaat opstellen om geleverde zorg vast te leggen en dat partij 2 die codes gaat omvormen naar andere codes. Dat klinkt niet erg Lean.

Helemaal niet als je weet dat alle ziekenhuizen zich verplicht hebben de CBV codes te gaan gebruiken per 2014. Zou het echt niet anders kunnen?

Kan Nederland toe met minder ziekenhuizen?

Dat (onze) vereniging van ziekenhuizen boos is op Wiegel omdat hij vindt dat we in Nederland wel afkunnen met minder ziekenhuizen (interview in AD) is de juiste reactie. Daarvoor zijn ze onze belangenvereniging.

In Heiloo waar ik woon kunnen we kiezen uit Medisch Centrum Alkmaar (straks Heerhugowaard), Rode Kruis ziekenhuis in Beverwijk, Waterlandziekenhuis in Purmerend, Spaarne in Haarlem / hoofddorp, Westfriesgasthuis in Hoorn, twee academische huizen in Amsterdam en nog heel veel andere huizen in Amsterdam.

Heeft mijnheer Wiegel echt ongelijk?

Stemadvies

Op verschillende plaatsen heb ik via social media kanalen mijn advisering aangeboden aan zwevende kiezers. Het past namelijk niet in mijn liberale stijl om mensen lang in onzekerheid te laten. En als consultant adviseer ik wel vaker mensen die (nog) in onzekerheid zijn.

Ik hoor graag wie hiermee geholpen wil worden. Mijn eigen stem gaat naar René leegte, plaats 32 op de VVD lijst. Oud Wageninger namelijk, net als ik. Maar mijn stem had ook naar Erwin Hoogland, plaats 67 kunnen gaan, wonend in Heiloo.

ICD-10 Impact en Implementatie

Vanmiddag heb ik een presentatie gehouden op het NVMA congres in Amstelveen over de introductie van ICD-10 in de Nederlandse gezondheidszorg.

Ik sluit niet uit de titel van de presentatie de hoop gaf dat ik met alle antwoorden zou komen hoe nu verder met ICD-10. maar helaas. Dat viel waarschijnlijk tegen. Er is namelijk niet maar één juist antwoord. Er zijn wel veel vragen te stellen en te beantwoorden en dat moet elk ziekenhuis voor zich doen. Daarvoor gaf mijn presentatie bruikbare handvatten.

Daarnaast moeten er landelijk nog stappen gezet worden in het gereed maken van ICD-10 voor de Nederlandse markt.

Hier de link naar de presentatie,

DOTalk: De gevolgen van een gevallen kabinet

Met enige regelmaat krijg ik de vraag wat de gevolgen zijn van het vallen van het kabinet voor de voortgang van DOT. Een eervolle vraag want zo lijkt het net of ik daar zicht op heb. En dat is natuurlijk niet echt zo. Want het is nu de landelijke politiek die bepaalt hoe het nu verder gaat met DOT. En in die landelijke politiek zijn de PvdA en SP tegen. VVD en CDA voor en van de rest is het niet meteen duidelijk. Dat is ook niet op hun websites te vinden.

Me de vraag of DOT doorgaat wordt denk ik bedoeld op welke termijn DOT doorgaat. Want alle betrokkenen (politiek, artsen, zorgaanbieders en zorgverzekeraars) zijn wel overtuigd dat het huidige DBC systeem verbeterd kan worden, en dat daar de (nieuwe) DOT zorgproducten een goede stap in kunnen zijn.

Maar de invoer van de nieuwe zorgproducten is maar één van de onderdelen van DOT. Daarnaast speelt ook de verschuiving in het A- en B-segment. Met de introductie van DOT in 2011 is het ook de bedoeling om het B-segment te vergroten naar 50% en het A-segment evenzo te verkleinen. Maar dit ligt politiek al veel gevoeliger. Met name de linkerkant van de politiek heeft grote moeite met een groter B-segment. Terwijl zelfs de NZa de positieve effecten van de marktwerking tot nu signaleert (zie bijvoorbeeld het FD voor uitleg), of het rapport van de NZA zelf (blz 20).

De NZa concludeert dat het B-segment minder snel in prijs stijgt dan het A-segment. Dus lijkt het voordeliger om meer zorg in het B-segment onder te brengen.

De derde verandering onder DOT is de invoer van prestatiebekostiging. Ofwel eindelijk af van vastgestelde budgetten en het bijhouden van allerhande budgetparameters, maar als ziekenhuis betaald krijgen voor de zorg die geleverd wordt. Iets wat buiten de zorg de normaalste zaak van de wereld is, maar in de zorg in Nederland heel bijzonder.

De Tweede kamer heeft de invoer van Prestatiebekostiging op de lijst controversiele onderwerpen gezet. Nummer 36 uit de lijst Overig van Volksgezondheid. Als je de hele lijst bekijkt is de hele wereld overigens controversieel. Dat haalt tenminste het tempo uit de ontwikkelingen in Nederland, maar dat terzijde.

Vanwege die lijst vind ik het niet waarschijnlijk dat prestatiebekosting, 50% B-segment en DOT zorgproducten per 1 januari 2011 daadwerkelijk worden ingevoerd.

Maar er is ook een  andere mogelijkheid: De NZA heeft het z-waarde model voorgesteld waarbij er sprake is van een deken (of vangnet) over de gehele ziekenhuiszorg, als bescherming van de BV Nederland tegen kostenexplosies in de zorg als gevolg van DOT, en als bescherming van ziekenhuizen die opeens veel te weinig geld krijgen voor geleverde zorg. Vanwege zo´n vangnet / deken is er in het jaar waarin sprake is van een z-waarde geen sprake van prestatiebekostiging. Ofwel, alle ontwikkelingen kunnen gewoon verder gaan.

Het is natuurlijk altijd mogelijk dat na de verkiezingen van de tweede kamer in Juni er heel snel een nieuw kabinet wordt gevormd en dat dan alsnog de controversiele onderwerpen worden opgepakt. Maar dit scenario lijkt me niet voor de hand liggen.

Zoals ik eerder melde is wel iedereen overtuigd van de voordelen van (alle componenten van) DOT. Dus zelfs als de invoer een jaar wordt uitgesteld is het verstandig om door te gaan met de voorbereidingen. In het ergste geval hebben we een jaar langer om schaduw te draaien. Dan blijft 2011 alles bij het oude (ofwel de situatie van 2010) en zijn de ziekenhuizen veel beter in staat om een goede vergelijking te maken van DBC en DOT.

Wat er ook gebeurt: het is dus verstandig om door te gaan met alle inspanningen. De kwaliteitsverbeteringen die daar nu al mee worden bereikt zijn altijd van belang, wanneer DOT dan ook start.

Dag van de mantelzorg

Gisteren, 10 november, was het de dag van de mantelzorg. Een dag die bedacht is om mantelzorgers in het licht te zetten. Een aardig gebaar natuurlijk, en de complimenten zijn terecht, maar ik ben van mening dat deze complimenten niet aankomen. En al zeker niet bij de mantelzorgers.

Ik heb het afgelopen jaar van dicht bij mantelzorg meegemaakt. In mijn omgeving woont een echtpaar waarvan mijnheer zwaar in de lappenmand lag, en mevrouw de verzorging op zich nam. Waarbij naar alle maatstaven de verzorging veel verder ging dan het reguliere werk dat een echtpaar voor elkaar doet. En toch wringt daar de schoen. Volgens betrokkene was hier beslist geen sprake van mantelzorg. “Wij zijn ruim 50 jaar getrouwd en hebben al die tijd voor elkaar gezorgd. En dat doe ik nu dus ook”. Alle extra ondersteuning die beschikbaar is voor mantelzorgers vindt het echtpaar niet nodig, want dit is “gewone zorg”. En als je hier middenin zit, en zorgt voor een geliefde zie je niet dat de zorg inmiddels vele malen meer is dan gezond is voor de verzorgende, en dan zelfs ten koste kan gaan van de verzorgende.

Daarom gaat ‘de dag van de mantelzorg’ z’n doel voorbij. Mantelzorgers hebben er niets aan omdat ze zich niet tot de doelgroep rekenen, laat staan iets kunnen met complimenten.

Een van de doelstellingen van gemeente Heiloo in de nota mantelzorgbeleid is dat het begrip mantelzorg bekend is bij alle inwoners. Een Heillooze actie. Er moet veel energie gestoken worden in een doelgroep die zichzelf hierin niet wil herkennen. Verkeerd gebruik van het geld, terwijl ook hier zoveel nuttige dingen vanuit de gemeente mogelijk zijn.

Daarom stel ik voor om af te stappen van het begrip ‘mantelzorg’. Dat wij als professionals (in de politiek of in de zorg) ons eigen jargon gebruiken is ok, maar laten wij daar het publiek niet mee lastig vallen. Wij gaan ons richten op de inwoners die ‘meer zorg leveren dan u zelf aankunt’. En of dit de kreet moet worden om te hanteren weet ik niet, maar een beetje communicatiebureau vindt vast iets bruikbaars. En dan richten we onze energie op het ondersteunen van de verzorgende, door het wegnemen van administratieve barrieres, het ondersteunen bij het leveren van de benodigde zorg, het signaleren van signalen dat het teveel wordt, en het informeren over de mogelijkheden die de gemeente biedt om de eerder genoemde ‘gewone zorg’ (die eigenlijk teveel wordt) te helpen verlichten. En bij de gemeente ligt dan de zware taak om de doelgroep te vinden die zelf niet gevonden wil worden. Een lastige klus maar wel dankbaar. Want deze doelgroep kan een extra beetje zorg best gebruiken.