DOTalk – pregrouperen

Ik krijg regelmatig vragen over het begrip pre-grouperen. Dat dit toch wel gewenst is en of de softwareleverancier van het ziekenhuis (dat de vraag stelt) dit mogelijk maakt.

Voor iedereen buiten de ziekenhuiswereld, of zelfs voor iederin in de zh-wereld maar nog niet bezig met de nieuwe DBC wordt het verhaal hierna buitengewoon abracadabra. Niet verder lezen zou ik zeggen.

Er is geen exacte door iedereen geaccepteerde uitleg van pre-grouperen, maar een algemeen beeld is er wel: door ziekenhuizen wordt het aanleveren aan de Grouper gezien als het aanleveren van ziekenhuisinformatie aan een black-box. Zonder dat je als aanleverende partij weet wat de Grouper oplevert. Daarom willen ziekenhuizen pre-grouperen om eerst zelf te bepalen wat de Grouper zou moeten opleveren, voordat ziekenhuisinformatie ‘voor het echt’ aan de Grouper (van DBC-Onderhoud) wordt aangeboden.

Je zou dit kunnen lezen als het in je eigen ziekenhuis nabouwen van de landelijke Grouper. Dan bepaal je met een eigen kopie van landelijke software welk zorgproduct straks (ook) door de Grouper wordt afgeleid.

Dit is om meer redenen geen goed idee:

1) het is zonde van de investering om de landelijke afleiding voor lokaal gebruik na te laten bouwen;

2) als de landelijke Grouper een ander zorgproduct oplevert dan de eigen lokale Grouper: wie heeft er dan gelijk?

3) als de landelijke Grouper wel hetzelfde oplevert als de lokale Grouper, is bewezen dat de beide software pakketten hetzelfde werken (maar wat wil je in je ziekenhuis met deze informatie?)

4) als de registratie in het ziekenhuis onvolledig is, levert een eigen grouper een te goedkoop zorgproduct op, en de landelijke grouper ook. Dus pregrouperen is geen controle op volledigheid van de registratie.

Een tweede invulling van het begrip pre-grouperen is het vooraf (voor het moment van declareren) opsturen van ziekenhuis informatie naar de officiele Grouper. Om ‘alvast’ te bekijken wat de registratie tot nu toe oplevert. Het verschil tussen ‘grouperen’ en ‘pre-grouperen’ vervaagt dan omdat in beide gevallen de landelijke grouper wordt aangeroepen. In het ene geval ter informatie, in het andere geval in het kader van het declaratieproces. Met moeite kan ik me voorstellen dat hier in een ziekenhuis behoefte aan is. De vraag is of de ziekenhuis infrastructuur er op gericht moet zijn om op elk moment in een zorgproces ook even de Grouper aan te kunnen roepen. Om te kijken wat voor zorgproduct wordt afgeleid op basis van de registratie tot nu toe.

Waar het echt om gaat is de controle van volledigheid van de registratie binnen het ziekenhuis. Vrijwel zonder uitzondering is elk ziekenhuis van mening dat de eigen (basis)registratie beter kan, ofwel nu nog onvolledig is. En dat betekent dat de Grouper een onvolledig (zorg)product zal afleiden. Immers, als niet alles wat aan activiteiten bij een patiënt is uitgevoerd ook is vastgelegd, kan een Grouper nooit het juiste product vaststellen.

Het issue is dus niet of we moeten pre-grouperen of niet, maar hoe we controleren dat de interne ziekenhuis registratie volledig is. Pre-grouperen is daar niet de methode voor. Ik kom hierop terug.

DOTalk 19 juli

Vorige week heb ik geschreven over de uitdagende planning van DOT. Als alles om je heen schuift is het moeilijk zelf een planning op te stellen. Deze week is de tijd om me te verbazen over alle verder openstaande onzekerheden en hoe daarmee om te gaan. Bijvoorbeeld de hashcode

Het goede nieuws is toch nog dat de landelijke grouper door de NZa niet verplicht wordt gesteld. De zorgverzekeraars zijn natuurlijk nog wel aan het lobbyen om dit alsnog geregeld te krijgen, maar ik heb goede hoop dat dit niet doorgaat. Wat precies de gevolgen zijn van dit besluit is niet helemaal te overzien, maar het is op alle vingers uit te rekenen dat het voor ons ziekenhuizen handig is: verlaging administratieve lasten (en dat is precies de bedoeling van DOT).

Want als een landelijke grouper niet verplicht wordt gesteld kan ook een hash code niet verplicht worden gesteld. De hashcode is een beveiligingssleutel waardoor het niet mogeljk is om met de resultaten uit de grouper te rommelen zonder dat het opvalt. Lijkt een leuke beveiliging, maar dat is natuurlijk niet zo. Ik ben niet zo’n rommelaar (kan ook niet met mijn rol bij mijn type bedrijf) maar iedereen kan bedenken dat áls je wilt rommelen met je registratie (teneinde een hoger inkomsten te genereren) je dat niet hoeft te doen aan het eind van de keten. Rommelen met het resultaat van de grouper kan in bepaalde gevallen ongetwijfeld extra geld opleveren, maar als je inspanning tegen opbrengst afzet is dit het meest onbenullige moment voor fraude. Dat kan dan veel makkelijker in een veel eerder stadium.

Het grote voordeel van het wegvallen van de hashcode is het verminderen van de administratieve rompslomp. Stel dat er een fout gemaakt is in het administratieve proces, en daar komen we pas achter als de rekening al verstuurd is naar de zorgverzekeraar. Dan hangt het van de aarde van de fout af of het financieel interessant is om het proces terug te draaien, en het hangt van het type fout af of het inhoudelijk interessant is om het hele proces terug te draaien.

Terugdraaien van een proces betekent crediteren van een inmiddels betaalde rekening. Subtraject heropenen, registratiefouten verbeteren, subtraject afsluiten, opnieuw grouperen, en opnieuw naar verzekeraar en DIS. Als er sprake is van het gebruik van een hashcode moet dit hele proces bij de kleinste fout worden uitgevoerd. Als we niet gebruik makenvan een hashcode hoeven kleine fouten niet aangepast te worden. Het is dan wel verstandig met de verzekeraar af te spreken wat we wel aanpassen en wat niet.

Maar het proces naar de verzekeraar is nog niet eens zo moeilijk. De gegevens die gebruikt worden om de hashcode vorm te geven die naar de verzekeraar gaat gaan alleen over voor de factuur relevante gegevens. Dus als daar fouten in zitten is het voor alle betrokkenen relevant die aan te passen. Veel erger is de DIS: die willen heel precies tot op alle irrelevante details alles weten.  De hashsleutel voor de DIS is zo uitgebreid dat elke fout onmiddelijk wordt afgestraft. En dat kan betekenen dat als er een fout zit in irrelevante gegevens (postcode van de verzekerde was fout) eerst alles naar de verzekeraar moet  (zie proces boven) om vervolgens de DIT te behagen. Hoe dit loopt zonder hash kan ik nog niet overzien, maar het wordt beslist minder lastig.

Wat denkt u trouwens van de factuur op papier? Dat wil niemand maar komt nog voor. Moet een hashcode onderaan worden afgedrukt? En gaat de verzekeraar dit overtypen in hun systeem om te controleren of het juist is? Het gerucht gaat dat de hashcode 200 tekens lang is? Zo”n factuur wil ik wel eens op papier zien.

Nieuw template bedacht voor raadsvoorstellen

Samen met twee andere raadsleden, een vertegenwoordiging van de griffie en van de afdeling bestuurszaken in Heiloo hebben we ons vanmorgen gebogen over een nieuwe template voor raadsvoorstellen. Omdat er nu geen voorgeschreven layout is voor raadsvoorstellen kan de opsteller bepalen hoe het voorstel op papier komt, welke informatie gegeven wordt en welke achtergrondinformatie wordt meegestuurd.

Hoewel dit een maximaal beroep doet op de flexibiliteit en met name de creativiteit van iedereen in het gemeentehuis is het toch onwenselijk. Niet omdat creativiteit onwenselijk is, maar omdat voor ons als raadsleden snel inzicht in het onderwerp lastiger wordt. Hoe meer gestandaardiseerd de voorstellen zijn, des te beter kunnen we ons concentreren op de inhoud. En de opsteller kan daar dan ook alle creativiteit in kwijt.

Wat me wel verbaasd heeft is de doorlooptijd voordat iets met onze opmerkingen van vanmorgen wordt gedaan. Naief als ik ben, dacht ik dat met een middagje uitwerken een nieuwe template (in concept) gereed zou zijn. Dan heeft het nog een paar dagen nodig voordat iedereen dit op de computer heeft geïnstalleerd, dus kan begin volgende maand volgens de nieuwe richtlijnen worden gewerkt.

Dat was een beetje dom. Ik heb, zo blijkt, onvoldoende beeld van de werkzaamheden die nodig zijn om dit voor elkaar te krijgen, en mis ook inzicht in de vele activiteiten die nu al lopen, en ik heb er alle begrip voor dat dit soort dingen er niet tussendoor gefriemeld worden, maar zorgvuldig worden uitgevoerd. Gelukkig lukt het om voor het einde van dit jaar een en ander rond te krijgen. Na maart weet de nieuwe raad niet beter of het heeft er altijd al zo gestructureerd uitgezien.

Vaart maken met glasvezel. Doel en tool lopen door elkaar

In de weblog van Digitaal Bestuur breekt Frits Huffnagel een lans voor glasvezel in heel Den Haag. Een nobel streven, maar doel en tool lopen door elkaar.

Huffnagel  schrijft dat Den Haag de ambitie heeft om alle huishoudens aan te sluiten op glasvezel. Met allerlei nobele bedoelingen. Maar het simpele feit dat een kansarme Hagenaar een aansluiting heeft op glasvezel brengt deze inwoner niet in de sociale lift.
 
Ik lees tussen de regels door dat de echte bedoeling is om alle inwoners, MKB en ZZP te voorzien van een snelle internettoegang. Daar kan ik me iets bij voorstellen, waarbij wij beiden ervan uitgaan dat iedereen zonder uitleg de toegevoegde waarde hiervan wel begrijpt.

Maar waarom wil Huffnagel zo graag glasvezel? Dat komt op mij over als heel Den Haag openbreken, sleufje graven, kabel leggen etc etc. Dit lijkt me erg duur. En binnenkort net zo achterhaald als de door u gerefereerde trekschuyt. In Engeland hebben ze inmiddels ervaring met draadloos internet voor een hele stad.

Wil Huffnagel straks de geschiedenisboeken in als wethouder die heel Den Haag van goed, snel en betaalbaar internet heeft voorzien, of als wethouder die zich ophing aan een glasvezel?

Mag je op een weblog een mederaadslid (die wethouder is geweest) met name noemen?

Gisteren 16 april 2009, hebben we weer commissie Maatschappelijke Zaken gehad. Dit keer vergadering op locatie, het PCC aan de Dors in Heiloo. Na een interessante rondleiding hebben we in de aula vergaderd.

Veel interessanter nog dan wat tijdens de commissie gebeurde, was wat na afloop plaats vond. Namelijk een heftige discussie over naming en shaming op een weblog. Ik had even nodig voordat ik in de gaten kreeg dat het over mijn blog ging. Op 11 februari heb ik een stuk geschreven over een oud wethouder  die nu als raadslid verbonden is aan de politiek in Heiloo waarvan ik vind dat hij een belangrijke rol heeft gespeeld bij het ontstaan van de tekorten van het stationscentrum (zie genoemde eerdere blog) terwijl hij nu uit de wind blijft.

Of ik daar gelijk in heb is hier niet relevant. De discussie gisterenavond ging over het feit dat de partij van betreffende wethouder het erg laag vond dat ik een stuk had geschreven met naam en toenaam. Ze waren van plan om in de Uitkijkpost een tegenstuk te schrijven. Wat helaas niet gebeurde want dan had ik kunnen reageren en pas echt veel publiek gehad.

Ik vind dat ik in een publieke persoon (raadslid) in de schijnwerpers zet, die allerlei manieren heeft om zich hiertegen te verdedigen. Kijk, een andere oud-wethouder van die partij, die in de Uitkijkpost buitengewoon laag uithaalt naar de huidige politiek, kan je nauwelijks aanpakken omdat hij zich eigenlijk nu niet publiekelijk kan verdedigen. En hoewel er dus een ontzettend fout stukje in de Uitkijkpost is verschenen, kan je daar niet veel mee. Maar een persoon die nog steeds in de politiek zit, daar mag je best iets van vinden.

Gisteren heb ik het commissielid dat de bezwaren van hun partij overbracht van harte uitgenodigd om op deze blog te reageren. Dan krijg je tenminste discussie. Dat had de persoon in kwestie ook kunnen doen en had ik wellicht zelf tot de conclusie kunnen komen dat ik wat scherp ben geweest in de formulering en mijn excuses aan kunnen bieden. Had gekund.

Graag hoor ik van de lezers van mijn weblog wat hun mening is over dit issue. Mag ik personen uit de politiek in Heiloo niet met name noemen, ook al ben ik het beslist niet met ze eens? En moet ik me beperken tot zakelijke weergave van polititiek en gezondheidszorg (de twee onderwerpen waar ik het meest mee bezig ben)? Of mag ik mijn mening geven, soms (te?) scherp en kan iedereen reageren zodat je wat leven in de brouwerij krijgt.

Graag jullie reactie.

Caj

PS: het goede nieuws is dat Heiloo 2000 mijn weblog dus ook leest !

Beleidsplan Wmo 2009-2012

Het College van B&W heeft ons voorgesteld om de volgende versie van het Wmo beleidsplan vast te stellen. Het eerste plan was van vorig jaar, en toen is min of meer met stoom en kokend water de eerste versie vastgesteld. Nog niet alle beleidsterreinen konden worden ingevuld, en de terreinen (prestatievelden in Wmo taal) waar we wel ambities hadden ingevuld, waren ambities die al in andere beleidsstukken waren opgenomen.

Het nieuwe plan wordt een vervolg op het oude. Klinkt logisch. Maar de wethouder had het zo opgeschreven dat het net leek of het tweede plan naast het eerste plan kwam te staan, en het plan van volgend jaar daar weer naast. Dan krijg je uiteindelijk wel een heel dik Wmo beleidsplan.

Gelukkig was dat niet de bedoeling. Natuurlijk niet, maar ja, scherp formuleren lukt niet altijd de eerste keer.

Wel wordt in de nota die nu voorligt heel veel verwezen naar nota’s van een externe partij die ze voor ons heeft opgesteld. Dat er externen zijn betrokken kan geen kwaad. Daar leer je van als organisatie (tja, ik kan natuurlijk moeilijk tegen de inhuur van externe deskundigheid zijn, als consultant bij Deloitte), maar om dan uiteindelijk je hele plan vol te zetten met verwijzingen naar die externe partij is geen goed idee. Dat moet de wethouder nog aanpassen.

2009 wordt een druk jaar. Bij het vaststellen van de begroting in november 2008 heeft de raad ervoor gekozen om alles wat nog niet duidelijk was in 2009 uit te zoeken. Dat gaat dan met name over de prestatievelden 4, 7, 8 en 9, ofwel mantelzorg, maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingsbeleid. Welke invulling we hier gaan geven is voorgesteld, en omdat he allemaal in bijlagen was opgeschreven (namelijk alle rapporten van de externe partij) had niemand die gelezen. We komen er daarom in de komende raadsvergadering op terug.

Tenslotte heb ik de wethouder wel geadviseerd de namen van de verschillende prestatievelden duidelijker te maken. Nu heeft elk prestatieveld een hele ingewikkelde, uit de wet overgenomen, naam. Terwijl wij elk prestatieveld veel breder zien. Bijvoorbeeld prestatieveld 2 heet officieel: “Op preventie gerichte ondersteuning van jeugdgen met problemen met opgroeien en van ouders met problemen met opvoeden”. Terwijl wij in Heiloo alles met betrekking tot jeugd willen samenvatten in prestatieveld 2, en niet alleen de probleemgevallen.

Daarom stellen wij de volgende hoofdstuktitels voor:

Prestatieveld 1: Wonen, welzijn en zorg: alle activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van de welzijnsvoorzieningen, woon(zorg)centra etcetera.

2: Jeugd: hieronder vallen alle acties, besluiten en activiteiten rond het thema jeugd

3: Informatievoorziening en cliëntondersteuning (hier verandert dus niets, maar het blijft niet erg helder. Wie heeft een betere suggestie?)

4: Mantelzorg: alle activiteiten met betrekking tot het ondersteunen van de mantelzorgers in Heiloo

5: Algemene voorzieningen: (in tegenstelling tot prestatieveld 6: individuele voorzieningen) waarin de algemene voorzieningen in Heiloo worden beschreven die voor iedereen toegankelijk zijn

6: Individuele voorzieningen: gericht op het ondersteunen van individuele mensen met een beperking.

7: Tijdelijke opvang: gericht op het bieden van tijdelijke opvang van mensen die de thuissituatie moesten verlaten.

8: Openbare geestelijke gezondheidszorg: hieronder vallen alle activiteiten die tot doel hebben de geestelijke gezondheidszorg in Heiloo te bewaken en indien nodig te verbeteren

9: Verslavingsbeleid: alle activiteiten gericht op verslavingsproblemen en het voorkómen daarvan.

Zoals ik al eerder opmerkte, de discussie uit de commissie gaat verder in de raad van 2 februari.

Draagvlak

Matt Poelmans (directeur burgerlink breekt een lans in Digitaal Bestuur voor eParticipatie en grijpt de watershapsverkiezingen aan als voorbeeld. ePArticipatie vind ik een goed idee. Zijn keuze om de wateschappen onder te brengen bij de provincies niet. Dit is is een verschuiving van het probleem en ik vraag me af of hiermee de oplossing dichterbij komt. Het beheer van ons asfalt hebben we ondergebracht bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Daar is veel op aan te merken (doe ik ook elke ochtend anderhalf uur, en elke middag ook zoiets) maar het is wel een voor de hand liggende keuze.

Van oorsprong zijn de waterschappen op een andere manier geregeld, met een eigen democratische vertegenwoordiging en een eigen verkiezingensysteem. Terecht merkt Poelmans op dat dit niet meer werkt. In tegenstelling tot Poelmans heb ik wel gestemd maar ook niet echt uit overtuiging (al vond de kieswijzer gelukkig dat ik inderdaad bij de VVD thuishoorde). Ik kan me niet voorstellen dat ik met de VVD niet en met bijvoorbeeld SP wel natte voeten krijg. Of andersom.

De verkiezingen onder brengen bij de Provincie is nauwelijks een oplossing. De democratische legitimatie wordt niet echt groter. En ook dan geldt mijn bovenstaande vraag met betrekking tot de natte voeten.

Is het drooghouden van Nederland (en op andere plaatsen juist nathouden) niet een taak die hoort bij het ministerie van Verkeer, Waterschappen / -staat? We stemmen toch ook niet elke paar jaar voor
Rijkswaterstaat?
Ik stel dus voor de waterschappen in uitvoering over te hevelen naar het ministerie van V&W en dan eens in de vier jaar bij de TK verkiezingen laen weten of we eens zijn met het gevoerde beleid.

PS: als een lezer zich comfortabeler voelt door de waterschappen onder te brengen bij LNV, omdat de relatie tussen water en landbouw veel hoger is dan tussen water en asfalt kan dat natuurlijk ook.

Kadernota Wet Werk en Bijstand Heiloo

VVD Heiloo kan zich goed vinden in de ambitie zoals die door het college is geformuleerd, om eind 2010 het uitkeringsbestand met 10% te hebben teruggebracht ten opzichte van 1 juli 2008. 

 

Cliëntenbestand

1 jul 2008

31 dec 2010

Wwb

161

145

IOAW

7

6

IOAZ

3

3

Totaal

171

154

 

WWB staat voor Wet Werk en Bijstand, IOAW en IOAZ staan voor Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijke Arbeidsongeschikte Werkloze Werknemers of – gewezen Zelfstandigen.

Ofwel, in Heiloo worden 161 mensen nu financieel geholpen met een bijstandsuitkering, 7 oudere arbeidsongeschikten, en 3 oudere zelfstandigen. Van die eerste 161 zijn er ongeveer 35 bewoner van de Wilibrordus Stichting.

De grootste ‘winst’ zal worden behaald door het aantal mensen met een uitkering (terug) te begeleiden naar een betaalde baan. Helaas worden zelfstandigen die het niet redden niet geholpen.

Burgerservicecode

Dat ik erg enthousiast ben over de burgerservicecode kan al eerder zijn opgevallen. Al enige jaren geleden (het zal 2006 zijn geweest) hebben wij mede op mijn initiatief in Heiloo een avond voor inwoners, ambtenaren, politici en B&W een avond georganiseerd om gezamenlijk te bekijken in hoeverre deze burgerservicecode in Heiloo  kan worden ingezet. Ofwel hoe we de dienstverlening van Heiloo kunnen verbeteren, gebaseerd op de kennis van de burgerservicecode.

Ik wil nu ook een patiëntservicecode ontwikkelen.

De burgerservicecode is samengesteld in een breed veld. Wat ik met de patiëntservicecode wil doen is met behulp van de weblog punten aandragen voor deze PSC en iedereen uitnodigen hierop te reageren.

Omdat het programma burger@overheid is gestopt en wellicht uiteindelijk de bijbehorende informatie van het net zal verdwijnen heb ik een aantal pagina’s van burger@overheid overgenomen. Dan kunnen de elementen van de burgerservicecode dienen als inspiratie voor de patiëntservicecode.

Meer volgt binnenkort.