Natuurlijk is de ziekenhuisomzet 2011 gestegen

Verbazing alom dat de omzet van de zorg het afgelopen jaar zo snel is gestegen (http://bit.ly/sjMwGc). Je kan je over alles wel verbazen.

Een van de projecten dat het afgelopen jaar in elk ziekenhuis in Nederland is uitgevoerd is het project BROO: basisregistratie op orde. Omdat het voor de DBC 2.0 (het nieuwe systeem dat vanaf 1 januari live gaat) van nog groter belang is om alle geleverde zorg ook goed vast te leggen, is de kwaliteit van de registratie van de zorg enorm toegenomen.

Veel van de geleverde zorg werd vroeger niet in de administratieve systemen vastgelegd (hopelijk wel in het medisch dossier) omdat dit voor de DBC (of eigenlijk, de FB parameters) toch niet (echt) uitmaakte.
Omdat dit straks wel van belang is is de registratie verbeterd.

Dan is het toch ook niet zo verwonderlijk dat het aantal DBC’s is gestegen. Ons ziekenhuis is ook bezig geweest met het verbeteren van de administratie. Met als logisch gevolg meer DBC’s.

Om daar nu verbaasd over te zijn klinkt wel gek. Dat hadden we zien aankomen.

Lachen om de hash code

Om zeker te weten dat wij als ziekenhuizen straks de Grouper echt gaan gebruiken moeten wij hash codes gaan meesturen. Op Wikipedia staat een bruikbare uitleg van de hash.

Een en ander is een nogal omslachtige behandeling om vast te stellen dat wij als ziekenhuizen niet frauderen. En dat terwijl het moment van factureren een heel onhandig moment van frauderen. Je kan met fraude meer winst maken als je dat eerder in het administratieve proces doet. Maar dit alles terzijde (het lijkt me wijs hier niet verder op in te gaan :-)

Maar nu moeten we die hashcode ook op een papieren factuur gaan zetten. Dus als wij een rekening direct naar een patiënt sturen (in tegenstelling tot wat gebruikelijker is direct naar de zorgverzekeraar) dan moet op deze factuur ook de hashcode die wij van de grouper hebben ontvangen.

Dat ziet er ongeveer zo uit:

Qwertgbnmkghajlkfsljf824uorehjljnluqoprijp0plajdnlanlwjq092iu34-0825-uy7309y298u42ejwfhankjsdhfajshQwertgbnmkghajlkfsljf824uorehjljnluqoprijp0plajdnlanlwjq092iu34-0825-uy7309y298u4 2ejwfhankjsdhfajsh

ergens onder op een factuur.

Dit lijkt me niet helpen aan de verbetering van de Nederlandse gezondheidszorg. Waar staat DOT ook weer voor?

En het grootste probleem: wij krijgen de vragen van de patiënten hierover, niet de zorgverzekeraars.

Kijk, ik verkneukel me natuurlijk wel bij het idee alleen al dat iemand bij een zorgverzekeraar (een nog aan te stellen stafmedewerker hashcode) dit gaat overtypen in hun hashcode controlemodule. Alleen mag zo iemand geen typefouten maken (daar wordt ie ook op aangenomen :-) want anders wordt een factuur afgewezen vanwege een typefout, en moet mijn controlemedewerker hashcodes dat weer gaan uitzoeken.

Ik stel dus voor dat we nadenken over een oplossing. Bijvoorbeeld dat we een eigen database maken waar we hashcodes gaan opslaan, met het factuurnummer als sleutel. Ook een onzinnige actie hoor, maar als dan een ZV bij ons komt vragen naar de hashcode bij een bepaalde factuur kunnen we die (in de mail?) opsturen.

Al typend vind ik het steeds leuker worden, overigens ook steeds onzinniger. De ZV willen weten of wij de grouper geraadpleegd hebben en ze denken dat dit alleen maar kan door een hashcode op papier mee te sturen. Wellicht zijn er ook andere, meer serieuze mogelijkheden. Ik hoor ze graag.

ICD-10 Impact en Implementatie

Vanmiddag heb ik een presentatie gehouden op het NVMA congres in Amstelveen over de introductie van ICD-10 in de Nederlandse gezondheidszorg.

Ik sluit niet uit de titel van de presentatie de hoop gaf dat ik met alle antwoorden zou komen hoe nu verder met ICD-10. maar helaas. Dat viel waarschijnlijk tegen. Er is namelijk niet maar één juist antwoord. Er zijn wel veel vragen te stellen en te beantwoorden en dat moet elk ziekenhuis voor zich doen. Daarvoor gaf mijn presentatie bruikbare handvatten.

Daarnaast moeten er landelijk nog stappen gezet worden in het gereed maken van ICD-10 voor de Nederlandse markt.

Hier de link naar de presentatie,

Groei in de gezondheidszorg, foei

Groei wordt over het algemeen gezien als manier van overleven. Niet als je al last van een buikje hebt maar verder wel. Groei in omzet of aantal klanten, groei in productie of marktaandeel, groei in medewerkers of winkels. Er is echter één markt waar groei wordt afgestraft. Een markt waar groei wordt ontmoedigd of zelfs onmogelijk gemaakt. Waar groei niet alleen niet gewenst is maar waar omzet gewoon wordt afgeroomd. Die markt is de gezondheidszorg. Lees verder

Dag van de mantelzorg

Gisteren, 10 november, was het de dag van de mantelzorg. Een dag die bedacht is om mantelzorgers in het licht te zetten. Een aardig gebaar natuurlijk, en de complimenten zijn terecht, maar ik ben van mening dat deze complimenten niet aankomen. En al zeker niet bij de mantelzorgers.

Ik heb het afgelopen jaar van dicht bij mantelzorg meegemaakt. In mijn omgeving woont een echtpaar waarvan mijnheer zwaar in de lappenmand lag, en mevrouw de verzorging op zich nam. Waarbij naar alle maatstaven de verzorging veel verder ging dan het reguliere werk dat een echtpaar voor elkaar doet. En toch wringt daar de schoen. Volgens betrokkene was hier beslist geen sprake van mantelzorg. “Wij zijn ruim 50 jaar getrouwd en hebben al die tijd voor elkaar gezorgd. En dat doe ik nu dus ook”. Alle extra ondersteuning die beschikbaar is voor mantelzorgers vindt het echtpaar niet nodig, want dit is “gewone zorg”. En als je hier middenin zit, en zorgt voor een geliefde zie je niet dat de zorg inmiddels vele malen meer is dan gezond is voor de verzorgende, en dan zelfs ten koste kan gaan van de verzorgende.

Daarom gaat ‘de dag van de mantelzorg’ z’n doel voorbij. Mantelzorgers hebben er niets aan omdat ze zich niet tot de doelgroep rekenen, laat staan iets kunnen met complimenten.

Een van de doelstellingen van gemeente Heiloo in de nota mantelzorgbeleid is dat het begrip mantelzorg bekend is bij alle inwoners. Een Heillooze actie. Er moet veel energie gestoken worden in een doelgroep die zichzelf hierin niet wil herkennen. Verkeerd gebruik van het geld, terwijl ook hier zoveel nuttige dingen vanuit de gemeente mogelijk zijn.

Daarom stel ik voor om af te stappen van het begrip ‘mantelzorg’. Dat wij als professionals (in de politiek of in de zorg) ons eigen jargon gebruiken is ok, maar laten wij daar het publiek niet mee lastig vallen. Wij gaan ons richten op de inwoners die ‘meer zorg leveren dan u zelf aankunt’. En of dit de kreet moet worden om te hanteren weet ik niet, maar een beetje communicatiebureau vindt vast iets bruikbaars. En dan richten we onze energie op het ondersteunen van de verzorgende, door het wegnemen van administratieve barrieres, het ondersteunen bij het leveren van de benodigde zorg, het signaleren van signalen dat het teveel wordt, en het informeren over de mogelijkheden die de gemeente biedt om de eerder genoemde ‘gewone zorg’ (die eigenlijk teveel wordt) te helpen verlichten. En bij de gemeente ligt dan de zware taak om de doelgroep te vinden die zelf niet gevonden wil worden. Een lastige klus maar wel dankbaar. Want deze doelgroep kan een extra beetje zorg best gebruiken.

DOTalk: ICD-10 of DBC diagnoses

Een van mijn opdrachten is nadenken over de invoering van ICD-10 in Nederland, in relatie tot de invoer van DOT, omdat er veel raakvlakken tussen de twee verandertrajecten zijn. Vanuit die vraag doe ik mee met de overige projectleiders van pilotziekenhuizen aan het landelijk project.

Er zijn nog heel veel vragen rond de invoer van ICD-10 in Nederland. Die zal ik hier niet meteen allemaal stellen. Ik wil me nu concentreren op de relatie met ICD-10 met de DOT Grouper.

Een van de uitgangspunten van het DOT programma is dat er sprake gaat zijn van een eenmalige (zorg) registratie aan de bron. Dat komt wat betreft de diagnose neer op een eenmalige registratie van de diagnose door de dokter in ICD-10 codering. En er komt dan een moment dat er geen sprake meer is van een eigen ziekenhuis diagnose code, of een DBC diagnose code, maar elke dokter legt de gestelde diagnose vast in ICD-10 codes.

Ik wil de dokter niet belasten met dubbel werk. Enerzijds omdat dit de genoemde doelstelling van eenmalige registratie onderuit haalt, anderszijds omdat dokters voor dubbel werk niet echt te motiveren zijn (en terecht). Dat betekent wat mij betreft, dat als ICD-10 ingevoerd wordt op het moment dat ook DOT wordt ingevoerd (beiden per 1 januari 2011) we ICD-10 diagnoses aan kunnen bieden aan de Grouper.

Ik heb begrepen dat dit voorlopig niet mogelijk is. DBC-Onderhoud komt wel met een vertaaltabel zodat wij als ziekenhuizen zelf voor de vertaling kunnen zorgen. Dat betekent wel dat 100 ziekenhuizen weer een extra tabel moeten opnemen, en een extra conversie, met alle ruimte voor fouten. Die elk ziekenhuis mag maken. Ik zie hier ruimte voor een verbetering: laat DBC-Onderhoud zelf voor de conversie zorgen: geef de ziekenhuizen de ruimte om diagnoses zowel in ICD-10 als in DBC diagnose codes aan te leveren. Dat zou de ziekenhuizen én de ICD-10 introductie echt vooruit helpen.

DOTalk: ICD-10 uitdagingen

Vandaag heb ik een uiterst boeiend gesprek gehad over de aspecten van de invoer van ICD-10.

Ik heb al eerder geschreven dat ICD-10 óók vanaf 1 januari 2011 zal worden ingevoerd. Behalve een landelijke projectleider DOT is er ook een landelijke projectleider ICD-10 en beiden willen ze de invoering eind 2010 hebben afgerond.

Een van de doelstellingen van DOT is is te komen tot een eenmalige registratie aan de bron. De huidige gang van zaken is anders: dokters leggen een diagnose vast (of laten dat doen), en dat is een code die uit een of ander codesysteem komt. Veel ziekenhuizen hebben eigen codes bedacht, er zijn ICD-9 codes voor de diagnose en je kan ook kiezen voor de diagnose code uit de DBC codering. Maar goed, die wordt dus vastgelegd. Als de patiënt het ziekenhuis al verlaten heeft komt het medisch dossier terecht bij medisch codeurs, en die maken van de oorspronkelijke codes (welke dan ook gekozen is) een code die kan worden aangeleverd aan de LMR. Dat is al enige jaren niet meer verplicht maar de meeste ziekenhuizen voelen de morele verplichting dit aan te leveren. Hiermee is namelijk statistiek te bedrijven over de gezondheid, ziektebeelden, behandelingen etc in Nederland.

Dat aan de voorkant van het proces de dokter het ene type code gebruikt, en vervolgens aan de achterkant van het proces de codeurs dat oppakken om ingevoerde codes te vertalen naar de landelijke standaard, klinkt niet als een fijn proces.

Met in het achterhoofd de doelstelling van DOT om alles correct aan de bron te registreren, is dit het uitgelezen moment om de dokter te vragen de diagnoses in ICD-10 te gaan vastleggen. Daarmee zijn niet alle codeurs meteen werkeloos, want voorlopig is enige ondersteuning en controle nog wel noodzakelijk. Bovendien leert de huidige ervaring dat de codeurs ook nog wel eens een foutje uit de vastlegging halen.

Dit klinkt heel eenvoudig en de meeste dokters die ik gesproken heb staan er niet afwijzend tegenover. ICD-10 codering geeft ze veel meer ruimte dan de DBC diagnosecode of de ICD-9 diagnosecode om op de juiste manier vast te leggen wat een patiënt mankeert.

Vandaag hebben we besproken dat een en ander toch niet zo heel eenvoudig is.

Uitdaging 1) ICD-10 codering kan tot op hoog detailniveau worden vastgelegd. Goed voor de statistieken, maar teveel werk voor de dokter. Voor hem (en haar) is het niet interessant of iemand de duim kwijt is door een valbijl, of een kettingzaag (of iets anders engs). De losse duim is het probleem. Maar ICD-10 vraagt die detaillering wel. En als de dokter die detaillering niet vastlegt, komen we toch weer uit bij die medisch codeurs. Want het doel blijft natuurlijk wel om de statistiek ook straks nog te kunnen afleiden. Moeten we dan toch de codeurs in stand houden? En blijven we dan toch op meer plaatsen registreren dan de bron? Jammer dat deze doelstelling niet gehaald wordt? Of zijn er nog andere mogelijkheden?

Uitdaging 2) Er is een zwaar tekort aan medisch codeurs. Ik werk in verschillende ziekenhuizen en overal merk ik dat ze óf steeds grotere achterstanden hebben óf de verwerking maar net bij kunnen houden. Om de achterstanden weg te werken in ziekenhuis A waar ik aan het werk ben, hebben we (voor maximaal 1 dag in de week beschikbaar) gelukkig een extra codeur kunnen vinden. Maar het is zoeken met een zaklamp. En dan nog moeilijk vinden.

En toch willen we in 2010 naar een nieuwe codering. Dezelfde ploeg codeurs die het werk nu al bijna niet aankan, heeft eerst (gemiddeld) een half jaar nodig om de nieuwe codes (ICD-10) eigen te maken, moet natuurlijk het dagelijkse codeerwerk blijven doen, zijn ook de experts om de uitrol van ICD-10 in het ziekenhuis misschien niet daadwerkelijk zelf te doen, maar in ieder geval als vraagbaak ruim aanwezig te zijn? Zullen we ze uitnodigen om elk 24 uur per dag te gaan werken?

Uitdaging 3) en meer: over de status van ICD-10 is nog veel onduidelijk. Nog niet alles is vertaald uit het engels bijvoorbeeld. En hoewel ik in al mijn naïviteit dacht dat de meeste dokters het Engels wel machtig zijn, ben ik inmiddels overtuigd dat dit niet handig is. Weet iemand zo uit het hoofd wat een liesbreuk in het Engels is? In het Latijn mag natuurlijk ook. Welke ICT-aanpassingen zijn nodig om de dokter niet alleen ICD-10 te laten vastleggen, maar er ook voor te zorgen dat de Grouper dit verwerkt?

En zo zijn er nog wel meer uitdagingen op te lossen alvorens op 1 januari 2011 de ICD-10 champagne kan worden uitgeschonken.

Ik blijf het volgen en zal de antwoorden op bovenstaande vragen natuurlijk met u delen.

DOTalk: turbulentie

Het stormt in DOT land. Waar in het ene ziekenhuis het DOT plan van aanpak wordt vastgesteld, met als doel er als geheel ziekenhuis er beter van te worden, wordt in een ander ziekenhuis alle activiteiten gestopt want DOT gaat toch niet door.

DOT, ofwel DBC’s op weg naar transparantie, is het DBC verbeterprogramma voor de ziekenhuizen. Met nog heel veel te doen, heel veel onzekerheden en dus risico’s en heel veel belanghebbenden.

En van deze combinatie worden veel mensen zenuwachtig. En omdat het vrij menselijk is om tegen veranderingen te zijn (elke verandering kost altijd moeite, energie, extra inspanning en flexibiliteit) gaan er stemmen op om met DOT te stoppen. Of in ieder geval voorlopig.

En dat zou vreselijk jammer zijn. Want er zit al enorm veel tijd van enorm veel mensen in de verbetering van de DBC systematiek die met DOT zou worden ingevoerd.

Hoewel er heus nog veel onduidelijkheden zijn, hebben de wetenschappelijke verenigingen samen met DBC-Onderhoud en ongetwijfeld nog veel meer belanghebbenden tijd en energie gestoken in de verbetering van de DBC systematiek. Althans, zo is het mij wijs gemaakt en ik geloof dat.

Fouten die nu nog in de DBC’s zitten zijn eruit gehaald, nieuwe inzichten zijn toegevoegd en onhandige registratieregels zijn gelijkgetrokken.

Maar wil dit allemaal gaan vliegen, dan moeten we wel de overstap maken naar de nieuwe zorgproducten. We stappen af van het principe van valideren, en gaan afleiden met behulp van de Grouper. En nemen afscheid van de DBC.

En veel is nog uit te zoeken  maar uiteindelijk leidt het tot een betere systematiek. Zie ook het interview met Hans den Hollander, bestuurslid van de NVZ en directeur bedrijfsvoering  van het Diaconessenhuis in Leiden, hierover.

Maar dit gaat alleen maar werken als we de weg tot het doel aflopen. En niet halverwege gaan dwalen, beetje links, beetje rechts, stukje terug, paar passen voorwaarts, even halt houden en zo voort. Dat haalt de vaart eruit, introduceert nog meer onduidelijkheid, en iedereen die vol enthousiasme bezig was stopt ook maar, want aan een dood paard trekken levert niemand iets op.

Heb ik belang bij DOT, dat ik zo graag door wil?

Ja, maar niet echt. Natuurlijk vind ik het jammer als alle inspanningen die wij voor de NVZ hebben gedaan voor niets waren. Maar mijn salaris heb ik toch gekregen, en het hoort bij het leven van een extern adviseur dat je soms een project doet dat uiteindelijk de eindstreep niet haalt (gebeurt ongetwijfeld ook bij interne medewerkers). Mijn huidige projecten gaan gewoon door. De ziekenhuizen waar ik werk hebben DOT aangegrepen om hun bedrijfsprocessen te verbeteren. Als DOT stopt is dat nog steeds nuttig. Wellicht komt de prioriteit iets anders te liggen.

Maar ik zie ruime mogelijkheden voor verbetering van de administraties in ziekenhuizen waar DOT een enorme boost aan geeft. En iedereen die in de zorg werkt weet dat hier nog veel winst te halen is. Turbulentie om de turbulentie heeft niemand wat aan. Laten we er een succes van maken.

DOTalk: ICD-10 vanaf 2011

1 januari 2011 wordt een gedenkwaardige dag. Niet alleen is dat het moment dat de Nederlandse ziekenhuizen gaan werken met zorgproducten, het is ook het moment dat wij in Nederland de ICD-10 codering ingevoerd willen hebben.

Dit is een bijzondere samenloop van hoogtepunten die ongetwijfeld anders bedoeld is geweest. Oorspronkelijk stond de invoerdatum van DOT gepland voor 1 januari 2009. Omdat een en ander toch ingewikkelder was dan voorzien, is deze datum met twee jaar opgeschoven. Waarmee deze invoerdatum opeens samenkomt met die van ICD-10.

De international Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems is de opvolger van ICD-9. Beide codestelstels zijn iets geheel anders dan de D(iagnose) code uit de DBC. In Nederland wordt nu door een dokter een DBC getypeerd met een Nederlands Diagnose stelsel, en na afloop van een medisch traject coderen medisch codeurs in een ziekenhuis alles om naar het internationale codestelsel ICD-9.

De doelstelling van de landelijke invoer van ICD-10 is om alle medisch codeurs bij te scholen op het nieuwe codestelsel zodat vanaf 1 januari 2011 aan de achterkant niet meer ICD-9 maar ICD-10 wordt gecodeerd.

Tegelijkertijd is de doelstelling van het DOT project om te komen tot eenmalige registratie aan de bron, te gebruiken voor meer doeleinden. En dat is dus wat anders dan de dokter te laten coderen in stelsel 1 en vervolgens iemand anders te laten vertalen naar stelsel 2.

Ofwel, wat we eigenlijk willen is niet alleen de invoer van DOT, met nieuwe zorgactiviteiten (per afgelopen 1 juli), nieuwe zorgproducten (in plaats van DBC’s) en nieuwe tarieven, maar ook een nieuw codestelsel voor het vastleggen van de diagnoses. 2010 wordt een bijzonder jaar.

DOTalk – pregrouperen

Ik krijg regelmatig vragen over het begrip pre-grouperen. Dat dit toch wel gewenst is en of de softwareleverancier van het ziekenhuis (dat de vraag stelt) dit mogelijk maakt.

Voor iedereen buiten de ziekenhuiswereld, of zelfs voor iederin in de zh-wereld maar nog niet bezig met de nieuwe DBC wordt het verhaal hierna buitengewoon abracadabra. Niet verder lezen zou ik zeggen.

Er is geen exacte door iedereen geaccepteerde uitleg van pre-grouperen, maar een algemeen beeld is er wel: door ziekenhuizen wordt het aanleveren aan de Grouper gezien als het aanleveren van ziekenhuisinformatie aan een black-box. Zonder dat je als aanleverende partij weet wat de Grouper oplevert. Daarom willen ziekenhuizen pre-grouperen om eerst zelf te bepalen wat de Grouper zou moeten opleveren, voordat ziekenhuisinformatie ‘voor het echt’ aan de Grouper (van DBC-Onderhoud) wordt aangeboden.

Je zou dit kunnen lezen als het in je eigen ziekenhuis nabouwen van de landelijke Grouper. Dan bepaal je met een eigen kopie van landelijke software welk zorgproduct straks (ook) door de Grouper wordt afgeleid.

Dit is om meer redenen geen goed idee:

1) het is zonde van de investering om de landelijke afleiding voor lokaal gebruik na te laten bouwen;

2) als de landelijke Grouper een ander zorgproduct oplevert dan de eigen lokale Grouper: wie heeft er dan gelijk?

3) als de landelijke Grouper wel hetzelfde oplevert als de lokale Grouper, is bewezen dat de beide software pakketten hetzelfde werken (maar wat wil je in je ziekenhuis met deze informatie?)

4) als de registratie in het ziekenhuis onvolledig is, levert een eigen grouper een te goedkoop zorgproduct op, en de landelijke grouper ook. Dus pregrouperen is geen controle op volledigheid van de registratie.

Een tweede invulling van het begrip pre-grouperen is het vooraf (voor het moment van declareren) opsturen van ziekenhuis informatie naar de officiele Grouper. Om ‘alvast’ te bekijken wat de registratie tot nu toe oplevert. Het verschil tussen ‘grouperen’ en ‘pre-grouperen’ vervaagt dan omdat in beide gevallen de landelijke grouper wordt aangeroepen. In het ene geval ter informatie, in het andere geval in het kader van het declaratieproces. Met moeite kan ik me voorstellen dat hier in een ziekenhuis behoefte aan is. De vraag is of de ziekenhuis infrastructuur er op gericht moet zijn om op elk moment in een zorgproces ook even de Grouper aan te kunnen roepen. Om te kijken wat voor zorgproduct wordt afgeleid op basis van de registratie tot nu toe.

Waar het echt om gaat is de controle van volledigheid van de registratie binnen het ziekenhuis. Vrijwel zonder uitzondering is elk ziekenhuis van mening dat de eigen (basis)registratie beter kan, ofwel nu nog onvolledig is. En dat betekent dat de Grouper een onvolledig (zorg)product zal afleiden. Immers, als niet alles wat aan activiteiten bij een patiënt is uitgevoerd ook is vastgelegd, kan een Grouper nooit het juiste product vaststellen.

Het issue is dus niet of we moeten pre-grouperen of niet, maar hoe we controleren dat de interne ziekenhuis registratie volledig is. Pre-grouperen is daar niet de methode voor. Ik kom hierop terug.