Natuurlijk is de ziekenhuisomzet 2011 gestegen

Verbazing alom dat de omzet van de zorg het afgelopen jaar zo snel is gestegen (http://bit.ly/sjMwGc). Je kan je over alles wel verbazen.

Een van de projecten dat het afgelopen jaar in elk ziekenhuis in Nederland is uitgevoerd is het project BROO: basisregistratie op orde. Omdat het voor de DBC 2.0 (het nieuwe systeem dat vanaf 1 januari live gaat) van nog groter belang is om alle geleverde zorg ook goed vast te leggen, is de kwaliteit van de registratie van de zorg enorm toegenomen.

Veel van de geleverde zorg werd vroeger niet in de administratieve systemen vastgelegd (hopelijk wel in het medisch dossier) omdat dit voor de DBC (of eigenlijk, de FB parameters) toch niet (echt) uitmaakte.
Omdat dit straks wel van belang is is de registratie verbeterd.

Dan is het toch ook niet zo verwonderlijk dat het aantal DBC’s is gestegen. Ons ziekenhuis is ook bezig geweest met het verbeteren van de administratie. Met als logisch gevolg meer DBC’s.

Om daar nu verbaasd over te zijn klinkt wel gek. Dat hadden we zien aankomen.

Groei in de gezondheidszorg, foei

Groei wordt over het algemeen gezien als manier van overleven. Niet als je al last van een buikje hebt maar verder wel. Groei in omzet of aantal klanten, groei in productie of marktaandeel, groei in medewerkers of winkels. Er is echter één markt waar groei wordt afgestraft. Een markt waar groei wordt ontmoedigd of zelfs onmogelijk gemaakt. Waar groei niet alleen niet gewenst is maar waar omzet gewoon wordt afgeroomd. Die markt is de gezondheidszorg. Lees verder

DOTalk: turbulentie

Het stormt in DOT land. Waar in het ene ziekenhuis het DOT plan van aanpak wordt vastgesteld, met als doel er als geheel ziekenhuis er beter van te worden, wordt in een ander ziekenhuis alle activiteiten gestopt want DOT gaat toch niet door.

DOT, ofwel DBC’s op weg naar transparantie, is het DBC verbeterprogramma voor de ziekenhuizen. Met nog heel veel te doen, heel veel onzekerheden en dus risico’s en heel veel belanghebbenden.

En van deze combinatie worden veel mensen zenuwachtig. En omdat het vrij menselijk is om tegen veranderingen te zijn (elke verandering kost altijd moeite, energie, extra inspanning en flexibiliteit) gaan er stemmen op om met DOT te stoppen. Of in ieder geval voorlopig.

En dat zou vreselijk jammer zijn. Want er zit al enorm veel tijd van enorm veel mensen in de verbetering van de DBC systematiek die met DOT zou worden ingevoerd.

Hoewel er heus nog veel onduidelijkheden zijn, hebben de wetenschappelijke verenigingen samen met DBC-Onderhoud en ongetwijfeld nog veel meer belanghebbenden tijd en energie gestoken in de verbetering van de DBC systematiek. Althans, zo is het mij wijs gemaakt en ik geloof dat.

Fouten die nu nog in de DBC’s zitten zijn eruit gehaald, nieuwe inzichten zijn toegevoegd en onhandige registratieregels zijn gelijkgetrokken.

Maar wil dit allemaal gaan vliegen, dan moeten we wel de overstap maken naar de nieuwe zorgproducten. We stappen af van het principe van valideren, en gaan afleiden met behulp van de Grouper. En nemen afscheid van de DBC.

En veel is nog uit te zoeken  maar uiteindelijk leidt het tot een betere systematiek. Zie ook het interview met Hans den Hollander, bestuurslid van de NVZ en directeur bedrijfsvoering  van het Diaconessenhuis in Leiden, hierover.

Maar dit gaat alleen maar werken als we de weg tot het doel aflopen. En niet halverwege gaan dwalen, beetje links, beetje rechts, stukje terug, paar passen voorwaarts, even halt houden en zo voort. Dat haalt de vaart eruit, introduceert nog meer onduidelijkheid, en iedereen die vol enthousiasme bezig was stopt ook maar, want aan een dood paard trekken levert niemand iets op.

Heb ik belang bij DOT, dat ik zo graag door wil?

Ja, maar niet echt. Natuurlijk vind ik het jammer als alle inspanningen die wij voor de NVZ hebben gedaan voor niets waren. Maar mijn salaris heb ik toch gekregen, en het hoort bij het leven van een extern adviseur dat je soms een project doet dat uiteindelijk de eindstreep niet haalt (gebeurt ongetwijfeld ook bij interne medewerkers). Mijn huidige projecten gaan gewoon door. De ziekenhuizen waar ik werk hebben DOT aangegrepen om hun bedrijfsprocessen te verbeteren. Als DOT stopt is dat nog steeds nuttig. Wellicht komt de prioriteit iets anders te liggen.

Maar ik zie ruime mogelijkheden voor verbetering van de administraties in ziekenhuizen waar DOT een enorme boost aan geeft. En iedereen die in de zorg werkt weet dat hier nog veel winst te halen is. Turbulentie om de turbulentie heeft niemand wat aan. Laten we er een succes van maken.

DOTalk 12 juli

Deze week heb ik het plan van aanpak DOT besproken in de stuurgroep. Het plan is natuurlijk gebaseerd op het standaard plan van aanpak dat wij begin dit jaar voor de ziekenhuizen hebben opgeleverd. Maar inmiddels weten we wel veel meer. Vandaag richt ik me op de planning.

Veel deadlines doorgeschoven ten opzichte van een half jaar geleden, behalve die ene: de datum dat we op basis van DOT gaan declareren is nog steeds 1 januari 2011. Maar ondertussen is de grouper nog steeds niet klaar, zijn de registratieregels nog in concept, wordt het moment dat de normtijden en tarieven worden opgeleverd beetje bij beetje uitgesteld en ontbreekt een ketentest voor de nieuwe declaratiestandaard in het geheel in de masterplanning van de landelijke projectleider. Een planning opstellen met deze gegevens in het achterhoofd is daarom best lastig.

En toch kan het wel. Ik ben uitgegaan van data die ik als deadline beschouw voor een succesvolle introductie van DOT: • 1 oktober 2009 moet de grouper geheel gereed zijn om te gaan schaduwdraaien. Dat betekent dat voor die tijd de koploperziekenhuizen al hebben getest met hun softwareleveranciers en dat de eerste fouten er al uit zijn. • 1 januari 2010 moeten de tarieven bekend zijn zodat we kunnen gaan rondrekenen: zorgproducten vs DBCs. Hierna volgen nog meer deadlines maar dit wordt al moeilijk genoeg.

De vraag is natuurlijk waarom ik zo nodig nu al wil gaan schaduwdraaien. Dat kan toch volgende zomer ook wel. NEE, natuurlijk niet. We moeten met alle ziekenhuizen ervaring gaan opdoen met de kwaliteit van de basisregistratie en vervolgens afgeleide zorgproducten naast DBCs gaan leggen. Want als we dat niet doen wordt 2011 wel een hel grote gok. En ongetwijfeld komt er wel een soort van vangnet, maar laten we eerlijk zijn: dat is natuurlijk geen optie voor de zelfbewuste ziekenhuismanager.

 

DOT Planning volgens Caj Oosters

DOT Planning volgens Caj Oosters

Wat een geweldige dokter

Regelmatig meld ik misstanden of (eufemistisch gezegd) verbeterpunten in de zorg. Of het nu gaat om een ziekenhuis, een verpleeghuis of een onbereikbare huisarts, ik zie in alle wantoestanden een reden voor meer marktwerking in de zorg. Als verpleeghuizen (enz) meer marktgericht moeten gaan werken, wordt het voor ons als publiek makkelijker om rotte appels links te laten liggen. Omdat de goede huizen dan sneller bekend zullen worden.

Maar in dit kader is het dan ook terecht om een goede dokter eens extra uit te lichten: In de familie is er een patient die al weken met een ontsteking loopt. Die maar niet over gaat, ondanks een aantal kleine operaties. Twee weken geleden zijn we eindelijk tegen een vaatchirurg aangelopen in het MCA die het geweldig doet. Ten eerste stelde hij de patient op z’n gemak. Nam rustig de tijd voor uitleg. Bracht rustig de verdoving aan. Legde vervolgens de wond netjes open. Gaf tekst en uitleg aan de patient over wat er gebeurde, en aan mij als begeleider. “Kom maar even kijken wat ik gedaan heb” heb ik nog nooit eerder gehoord. Regelde vervolgens tijd op het eigen spreekuur om de patient weer te zien, en nam ook daar de tijd (de patient stond in no-time weer buiten, wat dus een extra prestatie is: een patient heel kort zien en de indruk achterlaten dat je alle tijd van de wereld krijgt). En nu bij het tweede controlebezoek ook weer alle aandacht voor de patient.

Het kan dus wel. En of het medisch ook goed was kan ik niet beoordelen, maar de pijn is weg, de wond geneest goed en netjes, dus ik krijg de indruk dat ook dat wel goed zit.

Hulde aan zo’n dokter.

Studenten medicijnen begrijpen niets van marktwerking in de zorg.

Donderdag 16 april mocht ik een gastcollege verzorgen voor studenten in hun laatste jaar van hun opleiding medicijnen. Een boeiende ervaring. Twee groepen van ongeveer 20 studenten die allemaal nog een maand moeten en dan basisarts zijn.
Ik heb de onderwerpen aan gedragen en zij mochten vragen stellen. We hebben gesproken over de DBC (Diagnose Behandeling Combinatie), DOT (het veranderingstraject DBC’s waar ik bij verschillende ziekenhuizen projectleider ben en ‘marketing in de zorg’.
Het was me al aangekondigd dus de verrassing was niet echt groot: de studenten weten bar weinig over de financiering van de zorg. En dan heb ik nog maar een heel klein deel behandeld. Waar de letters DBC voor stonden wisten ze nog net, maar hoe de DBC is opgebouwd wist slechts een beperkt aantal. Dat dit ook over hun toekomstig salaris (eh pardon, honorarium) gaat begreep iedereen, maar de consequenties waren bij niemand bekend.
Ook de weeffout in het systeem, dat specialisten wel opbrengsten hebben, maar dat de kosten bij het ziekenhuis liggen, kende niemand.
Hele interessante discussies ontstonden over de toekomst van de (honoraria en) kosten in de gezondheidszorg. Een paar studenten waren best voorstander van een aftoppen van het specialistensalaris op één (of meer) Balkenendes.Eigenlijk zou dat meteen al moeten. Maar na enige uitleg begreep iedereen dat een specialist die nu enkele Balkenendes aan honorarium ontvangt, waarschijnlijk weinig open staat om dat maar eens flink terug te schroeven.
Als je de DBC structuur al nauwelijks kent, weet je natuurlijk niets van de veranderingen op dat gebied die eraan komen. Dat was dus ook zo. Het project DOT (DBC’s op weg naar transparantie) is bij niemand bekend. Dat dit de systematiek is die straks hun inkomsten (mede) bepaalt wisten ze niet. Nu wel.
Het leukste thema was ‘marktwerking in de zorg’. Daar zijn ze niet uit principe tegen, maar alles met mate. Toen ik over de patiënt begon te praten als cliënt verloor ik de groep. Dat zag ik toch echt verkeerd. “Patiënten zijn geen cliënten”. Met moeite kreeg ik de zaal overtuigd van het feit dat wat zij gaan doen en dat wat ik nu doe eigenlijk wel hetzelfde is, namelijk “professionele dienstverlening”. Iedereen was het wel eens dat het je plicht (en roeping?) is om de patiënt/cliënt naar eer en geweten naar beste kunnen te helpen. Maar cliënten, nee. Twee argumenten waren hierbij het belangrijkst: “de patiënt komt niet vrijwillig” en “wij zijn de professional en weten wat het beste is voor de patiënt”. Met betrekking tot het eerste punt zou ik zeggen: extra veel reden om de patiënt te zien als cliënt en deze zo goed mogelijk te helpen. En het tweede argument werd door een enkele studen al genuanceerd: Veel patiënten hebben hun eigen diagnose met behulp van Google al helemaal gesteld. Dan wordt je toch een heel ander type professional dan dat de dokter vroeger was.