DOTalk 19 juli

Vorige week heb ik geschreven over de uitdagende planning van DOT. Als alles om je heen schuift is het moeilijk zelf een planning op te stellen. Deze week is de tijd om me te verbazen over alle verder openstaande onzekerheden en hoe daarmee om te gaan. Bijvoorbeeld de hashcode

Het goede nieuws is toch nog dat de landelijke grouper door de NZa niet verplicht wordt gesteld. De zorgverzekeraars zijn natuurlijk nog wel aan het lobbyen om dit alsnog geregeld te krijgen, maar ik heb goede hoop dat dit niet doorgaat. Wat precies de gevolgen zijn van dit besluit is niet helemaal te overzien, maar het is op alle vingers uit te rekenen dat het voor ons ziekenhuizen handig is: verlaging administratieve lasten (en dat is precies de bedoeling van DOT).

Want als een landelijke grouper niet verplicht wordt gesteld kan ook een hash code niet verplicht worden gesteld. De hashcode is een beveiligingssleutel waardoor het niet mogeljk is om met de resultaten uit de grouper te rommelen zonder dat het opvalt. Lijkt een leuke beveiliging, maar dat is natuurlijk niet zo. Ik ben niet zo’n rommelaar (kan ook niet met mijn rol bij mijn type bedrijf) maar iedereen kan bedenken dat áls je wilt rommelen met je registratie (teneinde een hoger inkomsten te genereren) je dat niet hoeft te doen aan het eind van de keten. Rommelen met het resultaat van de grouper kan in bepaalde gevallen ongetwijfeld extra geld opleveren, maar als je inspanning tegen opbrengst afzet is dit het meest onbenullige moment voor fraude. Dat kan dan veel makkelijker in een veel eerder stadium.

Het grote voordeel van het wegvallen van de hashcode is het verminderen van de administratieve rompslomp. Stel dat er een fout gemaakt is in het administratieve proces, en daar komen we pas achter als de rekening al verstuurd is naar de zorgverzekeraar. Dan hangt het van de aarde van de fout af of het financieel interessant is om het proces terug te draaien, en het hangt van het type fout af of het inhoudelijk interessant is om het hele proces terug te draaien.

Terugdraaien van een proces betekent crediteren van een inmiddels betaalde rekening. Subtraject heropenen, registratiefouten verbeteren, subtraject afsluiten, opnieuw grouperen, en opnieuw naar verzekeraar en DIS. Als er sprake is van het gebruik van een hashcode moet dit hele proces bij de kleinste fout worden uitgevoerd. Als we niet gebruik makenvan een hashcode hoeven kleine fouten niet aangepast te worden. Het is dan wel verstandig met de verzekeraar af te spreken wat we wel aanpassen en wat niet.

Maar het proces naar de verzekeraar is nog niet eens zo moeilijk. De gegevens die gebruikt worden om de hashcode vorm te geven die naar de verzekeraar gaat gaan alleen over voor de factuur relevante gegevens. Dus als daar fouten in zitten is het voor alle betrokkenen relevant die aan te passen. Veel erger is de DIS: die willen heel precies tot op alle irrelevante details alles weten.  De hashsleutel voor de DIS is zo uitgebreid dat elke fout onmiddelijk wordt afgestraft. En dat kan betekenen dat als er een fout zit in irrelevante gegevens (postcode van de verzekerde was fout) eerst alles naar de verzekeraar moet  (zie proces boven) om vervolgens de DIT te behagen. Hoe dit loopt zonder hash kan ik nog niet overzien, maar het wordt beslist minder lastig.

Wat denkt u trouwens van de factuur op papier? Dat wil niemand maar komt nog voor. Moet een hashcode onderaan worden afgedrukt? En gaat de verzekeraar dit overtypen in hun systeem om te controleren of het juist is? Het gerucht gaat dat de hashcode 200 tekens lang is? Zo”n factuur wil ik wel eens op papier zien.

DOTalk 12 juli

Deze week heb ik het plan van aanpak DOT besproken in de stuurgroep. Het plan is natuurlijk gebaseerd op het standaard plan van aanpak dat wij begin dit jaar voor de ziekenhuizen hebben opgeleverd. Maar inmiddels weten we wel veel meer. Vandaag richt ik me op de planning.

Veel deadlines doorgeschoven ten opzichte van een half jaar geleden, behalve die ene: de datum dat we op basis van DOT gaan declareren is nog steeds 1 januari 2011. Maar ondertussen is de grouper nog steeds niet klaar, zijn de registratieregels nog in concept, wordt het moment dat de normtijden en tarieven worden opgeleverd beetje bij beetje uitgesteld en ontbreekt een ketentest voor de nieuwe declaratiestandaard in het geheel in de masterplanning van de landelijke projectleider. Een planning opstellen met deze gegevens in het achterhoofd is daarom best lastig.

En toch kan het wel. Ik ben uitgegaan van data die ik als deadline beschouw voor een succesvolle introductie van DOT: • 1 oktober 2009 moet de grouper geheel gereed zijn om te gaan schaduwdraaien. Dat betekent dat voor die tijd de koploperziekenhuizen al hebben getest met hun softwareleveranciers en dat de eerste fouten er al uit zijn. • 1 januari 2010 moeten de tarieven bekend zijn zodat we kunnen gaan rondrekenen: zorgproducten vs DBCs. Hierna volgen nog meer deadlines maar dit wordt al moeilijk genoeg.

De vraag is natuurlijk waarom ik zo nodig nu al wil gaan schaduwdraaien. Dat kan toch volgende zomer ook wel. NEE, natuurlijk niet. We moeten met alle ziekenhuizen ervaring gaan opdoen met de kwaliteit van de basisregistratie en vervolgens afgeleide zorgproducten naast DBCs gaan leggen. Want als we dat niet doen wordt 2011 wel een hel grote gok. En ongetwijfeld komt er wel een soort van vangnet, maar laten we eerlijk zijn: dat is natuurlijk geen optie voor de zelfbewuste ziekenhuismanager.

 

DOT Planning volgens Caj Oosters

DOT Planning volgens Caj Oosters

DOTalk 5 juli

De eerste steen is gelegd. Op 1 juli is de nieuwe zorgactiviteitentabel life gegaan. Voor de ziekenhuizen een hele prestatie. Natuurlijk is het niet de eerste keer dat er veranderingen optreden in de CTG codes. Dat gebeurt regelmatig. Maar zo’n grote wijziging, die zo laat is opgeleverd, waarvoor de validatiemodule halsoverkop nog moest worden aangepast vroeg toch een forse investering. In het ziekenhuis waar ik projectleider ben heeft het projectteam de inspanning becijferd op 75 dagen. En dan maken wij nog niet eens gebruik van de CBV tabellen. Die pas 3 weken van te voren werden opgeleverd. Waarmee het tegen alle verwachtingen in pas echt complex werd.

Of die 75 dagen gemiddeld is weet ik (maar hoor ik graag van de lezers). Als we uitgaan van 100 ziekenhuizen in Nederland, die allemaal 75 dagen nodig hadden was de eerste investering in DOT 7500 dagen. Tegen een makkelijk rekentarief (intern en extern) van 500 euro per dag was dat nog geen 4 miljoen euro. En DOT moet nog beginnen.

DOTalk inleiding

Voor mijn werk als senior manager in de gezondheidszorg bij Deloitte ben ik nu druk bezig met het programma DOT. Dit staat voor DBCs op weg naar Transparantie. In verschillende ziekenhuizen ben ik projectleider voor de invoering, en regelmatig word ik gevraagd over DOT te adviseren of te presenteren. Tegelijkertijd is er in den lande veel rumoer over DOT: “Moeten we meedoen?”,  ”Wat betekent het voor ons?”,  ”Worden we er beter van?”,  ”Het gaat toch niet door.” zijn voorbeelden. Ik kom in mijn werk leuke, opmerkelijke, vervelende, grappige en andere zaken tegen die ik graag wil delen. Daarvoor is mijn blog natuurlijk heel geschikt. Of ik dat volhoud moet blijken. Helemaal als ook de vakantieperiode nog eens aanbreekt. Maar wie weet.

Als ik ook reacties krijg op wat ik te melden heb is zowiezo de kans dat ik blijf schrijven groter. Een discussie is altijd nog leuker dan alleen je eigen belevenissen opschrijven.

Wat een geweldige dokter

Regelmatig meld ik misstanden of (eufemistisch gezegd) verbeterpunten in de zorg. Of het nu gaat om een ziekenhuis, een verpleeghuis of een onbereikbare huisarts, ik zie in alle wantoestanden een reden voor meer marktwerking in de zorg. Als verpleeghuizen (enz) meer marktgericht moeten gaan werken, wordt het voor ons als publiek makkelijker om rotte appels links te laten liggen. Omdat de goede huizen dan sneller bekend zullen worden.

Maar in dit kader is het dan ook terecht om een goede dokter eens extra uit te lichten: In de familie is er een patient die al weken met een ontsteking loopt. Die maar niet over gaat, ondanks een aantal kleine operaties. Twee weken geleden zijn we eindelijk tegen een vaatchirurg aangelopen in het MCA die het geweldig doet. Ten eerste stelde hij de patient op z’n gemak. Nam rustig de tijd voor uitleg. Bracht rustig de verdoving aan. Legde vervolgens de wond netjes open. Gaf tekst en uitleg aan de patient over wat er gebeurde, en aan mij als begeleider. “Kom maar even kijken wat ik gedaan heb” heb ik nog nooit eerder gehoord. Regelde vervolgens tijd op het eigen spreekuur om de patient weer te zien, en nam ook daar de tijd (de patient stond in no-time weer buiten, wat dus een extra prestatie is: een patient heel kort zien en de indruk achterlaten dat je alle tijd van de wereld krijgt). En nu bij het tweede controlebezoek ook weer alle aandacht voor de patient.

Het kan dus wel. En of het medisch ook goed was kan ik niet beoordelen, maar de pijn is weg, de wond geneest goed en netjes, dus ik krijg de indruk dat ook dat wel goed zit.

Hulde aan zo’n dokter.

Studenten medicijnen begrijpen niets van marktwerking in de zorg.

Donderdag 16 april mocht ik een gastcollege verzorgen voor studenten in hun laatste jaar van hun opleiding medicijnen. Een boeiende ervaring. Twee groepen van ongeveer 20 studenten die allemaal nog een maand moeten en dan basisarts zijn.
Ik heb de onderwerpen aan gedragen en zij mochten vragen stellen. We hebben gesproken over de DBC (Diagnose Behandeling Combinatie), DOT (het veranderingstraject DBC’s waar ik bij verschillende ziekenhuizen projectleider ben en ‘marketing in de zorg’.
Het was me al aangekondigd dus de verrassing was niet echt groot: de studenten weten bar weinig over de financiering van de zorg. En dan heb ik nog maar een heel klein deel behandeld. Waar de letters DBC voor stonden wisten ze nog net, maar hoe de DBC is opgebouwd wist slechts een beperkt aantal. Dat dit ook over hun toekomstig salaris (eh pardon, honorarium) gaat begreep iedereen, maar de consequenties waren bij niemand bekend.
Ook de weeffout in het systeem, dat specialisten wel opbrengsten hebben, maar dat de kosten bij het ziekenhuis liggen, kende niemand.
Hele interessante discussies ontstonden over de toekomst van de (honoraria en) kosten in de gezondheidszorg. Een paar studenten waren best voorstander van een aftoppen van het specialistensalaris op één (of meer) Balkenendes.Eigenlijk zou dat meteen al moeten. Maar na enige uitleg begreep iedereen dat een specialist die nu enkele Balkenendes aan honorarium ontvangt, waarschijnlijk weinig open staat om dat maar eens flink terug te schroeven.
Als je de DBC structuur al nauwelijks kent, weet je natuurlijk niets van de veranderingen op dat gebied die eraan komen. Dat was dus ook zo. Het project DOT (DBC’s op weg naar transparantie) is bij niemand bekend. Dat dit de systematiek is die straks hun inkomsten (mede) bepaalt wisten ze niet. Nu wel.
Het leukste thema was ‘marktwerking in de zorg’. Daar zijn ze niet uit principe tegen, maar alles met mate. Toen ik over de patiënt begon te praten als cliënt verloor ik de groep. Dat zag ik toch echt verkeerd. “Patiënten zijn geen cliënten”. Met moeite kreeg ik de zaal overtuigd van het feit dat wat zij gaan doen en dat wat ik nu doe eigenlijk wel hetzelfde is, namelijk “professionele dienstverlening”. Iedereen was het wel eens dat het je plicht (en roeping?) is om de patiënt/cliënt naar eer en geweten naar beste kunnen te helpen. Maar cliënten, nee. Twee argumenten waren hierbij het belangrijkst: “de patiënt komt niet vrijwillig” en “wij zijn de professional en weten wat het beste is voor de patiënt”. Met betrekking tot het eerste punt zou ik zeggen: extra veel reden om de patiënt te zien als cliënt en deze zo goed mogelijk te helpen. En het tweede argument werd door een enkele studen al genuanceerd: Veel patiënten hebben hun eigen diagnose met behulp van Google al helemaal gesteld. Dan wordt je toch een heel ander type professional dan dat de dokter vroeger was.

Marktwerking in de zorg

Naar aanleiding van een artikel in het FD van afgelopen dinsadg 10 februari ook meteen de hele inaugurele rede gelezen van Marcel Canoy over ruimte voor slimmere marktwerking in de zorgsector. Canoy is op 6 februari bijzonder hoogleraar geworden in Tilburg op het terrein van “Concurrentie en regelgeving in de Zorg”

Ik kan niet het hele artikel / hele toespraak samenvatten (dat heeft het FD overigens al gedaan) dus ik beperk me tot de gelukkige conclusie dat ik niet alleen sta in mijn roep om meer marktwerking in de zorg en dat er dus ook een wetenschappelijke onderbouwing onder ligt. 

En dat terwijl Canoy nog niet eens refereert aan Porters Redefining Healthcare die ook beschrijft waarom marktwerking tot betere kwaliteit zorg leidt.

Canoy stelt ook dat 30.000 DBC’s in de ziekenhuiszorg veel te veel is, en daar kan ik hem geruststellen. Er loopt nu een project (en daar mag ik aan meedoen) om dat grote aantal terug te brengen tot 3000. Op z’n wenken bediend zou ik haast zeggen.