Nota mantelzorgbeleid

In de commissie Maatschappelijke Zaken van 16 november is ook gesproken over de nota mantelzorg. Ook een nota met historie. En hoewel steeds beter nog (net) niet die doelstelling die mantelzorgers in Heiloo écht helpt.

De kern van de nota mantelzorg is dat mantelzorgers in Heiloo erg gewaardeerd worden (mee eens), dat ze ondersteund moeten worden als dat mogelijk of noodzakelijk is (mee eens) maar dat tot nu toe weinig mensen gebruik maken van de mogelijkheden die de gemeente hier kan bieden (ook mee eens). En dat het belangrijkste doel van de nota mantelzorg in Heiloo is om de term mantelzorg in Heiloo bekend te maken. En dat is nu helemaal geen goed idee. 

Ik heb het laatste jaar van nabij mantelzorg meegemaakt. Van een ouder echtpaar dat ik ken zat de een in de kreukels en nam de andere de (zware) zorg op zich. Typisch mantelzorg. Maar zo werd dit helemaal niet herkend: “Wij zijn meer dan 50 jaar getrouwd. Wij hebben altijd voor elkaar gezorgd. En dat blijven we ook doen.” Dat de verzorgende hier bijna aan onderdoorging was verder niet aan de orde, laat staan het vragen van hulp als mantelzorger.

Dat wij als gemeente, gemeentelijke instellingen of gemeenteraad de term mantelzorg gebruiken is goed. Moeten we ook vooral niet veranderen. Wij zijn ingewijd in het jargon en kunnen hier best mee omgaan. Maar wij moeten ons jargon niet opdringen aan de inwoners van Heiloo die zich niet herkennen in een term die ze niets zegt.

Daarom moet de doelstelling van het mantelzorgbeleid niet zijn het bekend maken van de term mantelzorg, maar wel van de mogelijkheden die er zijn als de zorg voor je naaste je te (bijna) teveel wordt. De aandacht van de gemeente moet zich dus richten op het vinden van de mensen die hun naaste (partner, kind, ouder, buurvrouw of anders) hulp bieden en aan hen laten weten dat ze hulp kunnen krijgen om de zware last van de zorg te helpen verlichten.

De fractie van VVD Heiloo zal samen met die van GroenLinks en het CDA een tekstvoorstel indienen met deze strekking en dan hopen we dat de mantelzorgers ons als gemeente wel weten te vinden.

Nota vrijwilligersbeleid

De commissie Maatschappelijke Zaken van de gemeente Heiloo heeft zich afgelopen maandag, 16 november, gebogen over de nota vrijwilligersbeleid. Een document met een langere geschiedenis omdat wij als commissie de vorige versie niet goedkeurden.

Kern van het plan is het aanwijzen van een vrijwilligerscoordinator. Iemand die de contacten met de vrijwilligers onderhoudt, hen ondersteunt, vrijwilligers met organisaties kan verbinden en verder op de een of andere manier vrijwilligers kan helpen. Een goed idee, en dit voorziet duidelijk in een behoefte. Dit blijkt uit de goede ervaringen van de vrijwilligerscoordinator tot nu toe.

Het voorstel is echter de vrijwilligerscoördinator onderdeel te laten zijn van de Stichting Welzijn Heiloo (voorheen SOW). En dat vindt VVD Heiloo om meer dan één reden geen goed idee.

Door de vrijwilligerscoördinator bij de SWH onder te brengen lijkt het er erg op dat zij voornamelijk in het leven is geroepen voor vrijwilligers die met zorg te maken hebben, of in sociaal verband, De maatschappelijk sfeer dus. Maar het grootste aantal organisaties die in Heiloo met vrijwilligers werken zijn sportorganisaties. Die een ander type ondersteuning nodig hebben. En die misschien wel meer moeite hebben met het vinden van deze ondersteuning als deze bij de SWH is ondergebracht En dat blijkt ook wel want tot nu toe is er maar één sportorganisatie die gebruik maakt van de support van de vrijwilligerscoördinator.

Daarnaast is het niet mogelijk om onze verplichting als raadslid, controle, uit te oefenen op de SWH. Kijk, als een wethouder er een potje van maakt kan de gemeenteraad hem hierop aanspreken en desnoods bedanken voor de moeite en naar huis sturen. Dus als een vrijwilligerscoordinator niets opbrengt of verkeerde dingen doet, kunnen we in principe de wethouder erop aanspreken. Maar dit kan niet als de SWH hiervoor geld krijgt. Dan kan de gemeente er nauwelijksenige controle op uitoefenen. De fractie van VVD Heiloo is groot voorstander van de inzet van de vrijwilligerscoördinator, en is van mening dat de extra kosten die een dergelijke ondersteuning met zich meebrengt als baten (in euro’s of maatschappelijk) zich dik terugverdienen.

Maar de vrijwilligers, álle vrijwilligers, in Heiloo moeten deze coordinator wel kunnen inzetten. En dan is het voor zowel de controleerbaarheid, als de vindbaarheid van belang dat de vrijwilligerscoördinator een duidelijke plaats krijgt in de gemeentelijke organisatie.

Dag van de mantelzorg

Gisteren, 10 november, was het de dag van de mantelzorg. Een dag die bedacht is om mantelzorgers in het licht te zetten. Een aardig gebaar natuurlijk, en de complimenten zijn terecht, maar ik ben van mening dat deze complimenten niet aankomen. En al zeker niet bij de mantelzorgers.

Ik heb het afgelopen jaar van dicht bij mantelzorg meegemaakt. In mijn omgeving woont een echtpaar waarvan mijnheer zwaar in de lappenmand lag, en mevrouw de verzorging op zich nam. Waarbij naar alle maatstaven de verzorging veel verder ging dan het reguliere werk dat een echtpaar voor elkaar doet. En toch wringt daar de schoen. Volgens betrokkene was hier beslist geen sprake van mantelzorg. “Wij zijn ruim 50 jaar getrouwd en hebben al die tijd voor elkaar gezorgd. En dat doe ik nu dus ook”. Alle extra ondersteuning die beschikbaar is voor mantelzorgers vindt het echtpaar niet nodig, want dit is “gewone zorg”. En als je hier middenin zit, en zorgt voor een geliefde zie je niet dat de zorg inmiddels vele malen meer is dan gezond is voor de verzorgende, en dan zelfs ten koste kan gaan van de verzorgende.

Daarom gaat ‘de dag van de mantelzorg’ z’n doel voorbij. Mantelzorgers hebben er niets aan omdat ze zich niet tot de doelgroep rekenen, laat staan iets kunnen met complimenten.

Een van de doelstellingen van gemeente Heiloo in de nota mantelzorgbeleid is dat het begrip mantelzorg bekend is bij alle inwoners. Een Heillooze actie. Er moet veel energie gestoken worden in een doelgroep die zichzelf hierin niet wil herkennen. Verkeerd gebruik van het geld, terwijl ook hier zoveel nuttige dingen vanuit de gemeente mogelijk zijn.

Daarom stel ik voor om af te stappen van het begrip ‘mantelzorg’. Dat wij als professionals (in de politiek of in de zorg) ons eigen jargon gebruiken is ok, maar laten wij daar het publiek niet mee lastig vallen. Wij gaan ons richten op de inwoners die ‘meer zorg leveren dan u zelf aankunt’. En of dit de kreet moet worden om te hanteren weet ik niet, maar een beetje communicatiebureau vindt vast iets bruikbaars. En dan richten we onze energie op het ondersteunen van de verzorgende, door het wegnemen van administratieve barrieres, het ondersteunen bij het leveren van de benodigde zorg, het signaleren van signalen dat het teveel wordt, en het informeren over de mogelijkheden die de gemeente biedt om de eerder genoemde ‘gewone zorg’ (die eigenlijk teveel wordt) te helpen verlichten. En bij de gemeente ligt dan de zware taak om de doelgroep te vinden die zelf niet gevonden wil worden. Een lastige klus maar wel dankbaar. Want deze doelgroep kan een extra beetje zorg best gebruiken.

DOTalk: ICD-10 of DBC diagnoses

Een van mijn opdrachten is nadenken over de invoering van ICD-10 in Nederland, in relatie tot de invoer van DOT, omdat er veel raakvlakken tussen de twee verandertrajecten zijn. Vanuit die vraag doe ik mee met de overige projectleiders van pilotziekenhuizen aan het landelijk project.

Er zijn nog heel veel vragen rond de invoer van ICD-10 in Nederland. Die zal ik hier niet meteen allemaal stellen. Ik wil me nu concentreren op de relatie met ICD-10 met de DOT Grouper.

Een van de uitgangspunten van het DOT programma is dat er sprake gaat zijn van een eenmalige (zorg) registratie aan de bron. Dat komt wat betreft de diagnose neer op een eenmalige registratie van de diagnose door de dokter in ICD-10 codering. En er komt dan een moment dat er geen sprake meer is van een eigen ziekenhuis diagnose code, of een DBC diagnose code, maar elke dokter legt de gestelde diagnose vast in ICD-10 codes.

Ik wil de dokter niet belasten met dubbel werk. Enerzijds omdat dit de genoemde doelstelling van eenmalige registratie onderuit haalt, anderszijds omdat dokters voor dubbel werk niet echt te motiveren zijn (en terecht). Dat betekent wat mij betreft, dat als ICD-10 ingevoerd wordt op het moment dat ook DOT wordt ingevoerd (beiden per 1 januari 2011) we ICD-10 diagnoses aan kunnen bieden aan de Grouper.

Ik heb begrepen dat dit voorlopig niet mogelijk is. DBC-Onderhoud komt wel met een vertaaltabel zodat wij als ziekenhuizen zelf voor de vertaling kunnen zorgen. Dat betekent wel dat 100 ziekenhuizen weer een extra tabel moeten opnemen, en een extra conversie, met alle ruimte voor fouten. Die elk ziekenhuis mag maken. Ik zie hier ruimte voor een verbetering: laat DBC-Onderhoud zelf voor de conversie zorgen: geef de ziekenhuizen de ruimte om diagnoses zowel in ICD-10 als in DBC diagnose codes aan te leveren. Dat zou de ziekenhuizen én de ICD-10 introductie echt vooruit helpen.

Onze goede bedoelingen pakten maandag slecht uit.

De commissie Maatschappelijke Zaken vindt het een goed idee om ‘op lokatie’ te vergaderen. Dus niet altijd in het gemeentehuis, maar ook eens ergens anders in Heiloo. Zo hebben we al eens vergaderd bij de Stichting Welzijn Heiloo, bij de Stichting Peuterspeelzalen Heiloo  en maandag dus bij de nieuwe Springschans.

We krijgen bij zo’n vergadering eerst een rondleiding waarbij de bijzonderheden van de stichting of het gebouw worden toegelicht, en aansluitend vergaderen we dan. Enigszins improviserend want er is geen geluidsinstallatie en de meeste lokaties zijn niet zo groot dat er veel toeschouwers bij kunnen. 

Daar ging het maandag dan ook mis. Vanwege het onderwerp Jeugd OntmoetingsPlek (JOP) in plan Oost, dat door ons op de agenda was gezet, was de publieke tribune goed gevuld en dat pakte niet fijn uit. Volwassen mensen moesen op lage bankjes zitten, in de verlaagde ‘gymzaal’ van de Springschans. Insprekers (onze gasten die het woord hebben gevoerd) waren niet voor iedereen goed te horen, net zo min als de leden van de commissie.

 Ik denk dat het wel een goede vergadering is geweest, en dat zowel de commissie als de gasten hun punten over de JOP met elkaar hebben kunnen uitwisselen. De setting was helaas voor onze gasten minder gelukkig en dat is jammer. Hoe we dat een volgende keer beter kunnen doen zal van de vergaderlokatie afhangen. En meestal krijgen we niet zoveel gasten. Maar het principe om op lokatie te vergaderen is een goed idee en werkt drempelverlagend voor het publiek.

Ik hoop dat u de volgende keer weer langs zult komen.

DOTalk: ICD-10 uitdagingen

Vandaag heb ik een uiterst boeiend gesprek gehad over de aspecten van de invoer van ICD-10.

Ik heb al eerder geschreven dat ICD-10 óók vanaf 1 januari 2011 zal worden ingevoerd. Behalve een landelijke projectleider DOT is er ook een landelijke projectleider ICD-10 en beiden willen ze de invoering eind 2010 hebben afgerond.

Een van de doelstellingen van DOT is is te komen tot een eenmalige registratie aan de bron. De huidige gang van zaken is anders: dokters leggen een diagnose vast (of laten dat doen), en dat is een code die uit een of ander codesysteem komt. Veel ziekenhuizen hebben eigen codes bedacht, er zijn ICD-9 codes voor de diagnose en je kan ook kiezen voor de diagnose code uit de DBC codering. Maar goed, die wordt dus vastgelegd. Als de patiënt het ziekenhuis al verlaten heeft komt het medisch dossier terecht bij medisch codeurs, en die maken van de oorspronkelijke codes (welke dan ook gekozen is) een code die kan worden aangeleverd aan de LMR. Dat is al enige jaren niet meer verplicht maar de meeste ziekenhuizen voelen de morele verplichting dit aan te leveren. Hiermee is namelijk statistiek te bedrijven over de gezondheid, ziektebeelden, behandelingen etc in Nederland.

Dat aan de voorkant van het proces de dokter het ene type code gebruikt, en vervolgens aan de achterkant van het proces de codeurs dat oppakken om ingevoerde codes te vertalen naar de landelijke standaard, klinkt niet als een fijn proces.

Met in het achterhoofd de doelstelling van DOT om alles correct aan de bron te registreren, is dit het uitgelezen moment om de dokter te vragen de diagnoses in ICD-10 te gaan vastleggen. Daarmee zijn niet alle codeurs meteen werkeloos, want voorlopig is enige ondersteuning en controle nog wel noodzakelijk. Bovendien leert de huidige ervaring dat de codeurs ook nog wel eens een foutje uit de vastlegging halen.

Dit klinkt heel eenvoudig en de meeste dokters die ik gesproken heb staan er niet afwijzend tegenover. ICD-10 codering geeft ze veel meer ruimte dan de DBC diagnosecode of de ICD-9 diagnosecode om op de juiste manier vast te leggen wat een patiënt mankeert.

Vandaag hebben we besproken dat een en ander toch niet zo heel eenvoudig is.

Uitdaging 1) ICD-10 codering kan tot op hoog detailniveau worden vastgelegd. Goed voor de statistieken, maar teveel werk voor de dokter. Voor hem (en haar) is het niet interessant of iemand de duim kwijt is door een valbijl, of een kettingzaag (of iets anders engs). De losse duim is het probleem. Maar ICD-10 vraagt die detaillering wel. En als de dokter die detaillering niet vastlegt, komen we toch weer uit bij die medisch codeurs. Want het doel blijft natuurlijk wel om de statistiek ook straks nog te kunnen afleiden. Moeten we dan toch de codeurs in stand houden? En blijven we dan toch op meer plaatsen registreren dan de bron? Jammer dat deze doelstelling niet gehaald wordt? Of zijn er nog andere mogelijkheden?

Uitdaging 2) Er is een zwaar tekort aan medisch codeurs. Ik werk in verschillende ziekenhuizen en overal merk ik dat ze óf steeds grotere achterstanden hebben óf de verwerking maar net bij kunnen houden. Om de achterstanden weg te werken in ziekenhuis A waar ik aan het werk ben, hebben we (voor maximaal 1 dag in de week beschikbaar) gelukkig een extra codeur kunnen vinden. Maar het is zoeken met een zaklamp. En dan nog moeilijk vinden.

En toch willen we in 2010 naar een nieuwe codering. Dezelfde ploeg codeurs die het werk nu al bijna niet aankan, heeft eerst (gemiddeld) een half jaar nodig om de nieuwe codes (ICD-10) eigen te maken, moet natuurlijk het dagelijkse codeerwerk blijven doen, zijn ook de experts om de uitrol van ICD-10 in het ziekenhuis misschien niet daadwerkelijk zelf te doen, maar in ieder geval als vraagbaak ruim aanwezig te zijn? Zullen we ze uitnodigen om elk 24 uur per dag te gaan werken?

Uitdaging 3) en meer: over de status van ICD-10 is nog veel onduidelijk. Nog niet alles is vertaald uit het engels bijvoorbeeld. En hoewel ik in al mijn naïviteit dacht dat de meeste dokters het Engels wel machtig zijn, ben ik inmiddels overtuigd dat dit niet handig is. Weet iemand zo uit het hoofd wat een liesbreuk in het Engels is? In het Latijn mag natuurlijk ook. Welke ICT-aanpassingen zijn nodig om de dokter niet alleen ICD-10 te laten vastleggen, maar er ook voor te zorgen dat de Grouper dit verwerkt?

En zo zijn er nog wel meer uitdagingen op te lossen alvorens op 1 januari 2011 de ICD-10 champagne kan worden uitgeschonken.

Ik blijf het volgen en zal de antwoorden op bovenstaande vragen natuurlijk met u delen.

DOTalk: turbulentie

Het stormt in DOT land. Waar in het ene ziekenhuis het DOT plan van aanpak wordt vastgesteld, met als doel er als geheel ziekenhuis er beter van te worden, wordt in een ander ziekenhuis alle activiteiten gestopt want DOT gaat toch niet door.

DOT, ofwel DBC’s op weg naar transparantie, is het DBC verbeterprogramma voor de ziekenhuizen. Met nog heel veel te doen, heel veel onzekerheden en dus risico’s en heel veel belanghebbenden.

En van deze combinatie worden veel mensen zenuwachtig. En omdat het vrij menselijk is om tegen veranderingen te zijn (elke verandering kost altijd moeite, energie, extra inspanning en flexibiliteit) gaan er stemmen op om met DOT te stoppen. Of in ieder geval voorlopig.

En dat zou vreselijk jammer zijn. Want er zit al enorm veel tijd van enorm veel mensen in de verbetering van de DBC systematiek die met DOT zou worden ingevoerd.

Hoewel er heus nog veel onduidelijkheden zijn, hebben de wetenschappelijke verenigingen samen met DBC-Onderhoud en ongetwijfeld nog veel meer belanghebbenden tijd en energie gestoken in de verbetering van de DBC systematiek. Althans, zo is het mij wijs gemaakt en ik geloof dat.

Fouten die nu nog in de DBC’s zitten zijn eruit gehaald, nieuwe inzichten zijn toegevoegd en onhandige registratieregels zijn gelijkgetrokken.

Maar wil dit allemaal gaan vliegen, dan moeten we wel de overstap maken naar de nieuwe zorgproducten. We stappen af van het principe van valideren, en gaan afleiden met behulp van de Grouper. En nemen afscheid van de DBC.

En veel is nog uit te zoeken  maar uiteindelijk leidt het tot een betere systematiek. Zie ook het interview met Hans den Hollander, bestuurslid van de NVZ en directeur bedrijfsvoering  van het Diaconessenhuis in Leiden, hierover.

Maar dit gaat alleen maar werken als we de weg tot het doel aflopen. En niet halverwege gaan dwalen, beetje links, beetje rechts, stukje terug, paar passen voorwaarts, even halt houden en zo voort. Dat haalt de vaart eruit, introduceert nog meer onduidelijkheid, en iedereen die vol enthousiasme bezig was stopt ook maar, want aan een dood paard trekken levert niemand iets op.

Heb ik belang bij DOT, dat ik zo graag door wil?

Ja, maar niet echt. Natuurlijk vind ik het jammer als alle inspanningen die wij voor de NVZ hebben gedaan voor niets waren. Maar mijn salaris heb ik toch gekregen, en het hoort bij het leven van een extern adviseur dat je soms een project doet dat uiteindelijk de eindstreep niet haalt (gebeurt ongetwijfeld ook bij interne medewerkers). Mijn huidige projecten gaan gewoon door. De ziekenhuizen waar ik werk hebben DOT aangegrepen om hun bedrijfsprocessen te verbeteren. Als DOT stopt is dat nog steeds nuttig. Wellicht komt de prioriteit iets anders te liggen.

Maar ik zie ruime mogelijkheden voor verbetering van de administraties in ziekenhuizen waar DOT een enorme boost aan geeft. En iedereen die in de zorg werkt weet dat hier nog veel winst te halen is. Turbulentie om de turbulentie heeft niemand wat aan. Laten we er een succes van maken.

Commissie Maatschappelijke Zaken: weer een jongerenverordening

Zoals ik al eerder schreef hebben we in de commissie Maatschappelijke Zaken van afgelopen maandag (14 september 2009) de lokale verordening tijdelijke regels Wet Investeren in Jongeren vastgelegd.

Heel nuttig allemaal, zie mijn vorige blog hierover. Maar wel jammer dat er alleen maar regelgeving bijkomt. VVD Heiloo is een groot voorstander van meer duidelijkheid en minder regels. Maar dit college komt alleen maar met meer regels. Meer regels voor jongeren, meer regels voor ouderen, meer regels voor iedereen.

En natuurlijk, we hebben een paar verouderde artikelen geschrapt in de algemene politieverordening, dus er is ook wel iets verdwenen de afgelopen vier jaar, maar als we het echt zouden uitrekenen, is het aantal regels (verordeningen) alleen maar toegenomen.

Ik ben een voorstander van het opstellen van één jongerenverordening. Alle regels die voor jongeren in Heiloo van belang zijn komen in dit ene document. En dit document kent natuurlijk verschillende hoofdstukken (over werk, over onderwijs, over alcoholgebruik, en nog veel meer) maar wel één geheel. Dan weten jongeren ook wat wij in Heiloo van ze verlangen, welke rechten ze hebben en welke plichten. Volgens mij is dat voor iedereen duidelijk.

De Wmo verordening biedt hiervoor een mooi houvast omdat we wettelijk verplicht zijn een wmo verordening vast te leggen, met daarin een prestatieveld (‘hoofdstuk’) jongeren. Laten we dit dan gebruiken voor alles wat met jongeren te maken heeft.

Helaas is de wethouder met de portefeuille jongeren niet met me eens dat transparantie hierin goed zou zijn voor (de jongeren in) Heiloo.

Commissie Maatschappelijke Zaken: de WIJ komt eraan

Dit was de week van de commissies. De eerste na het zomerreces, we gaan er nog een half jaar flink tegen aan totdat in maart de verkiezingen zijn. In de uitkijkpost stonden deze aangekondigd voor 2 maart maar buiten Heiloo gaat iedereen ervan uit dat het op 3 maart 2010 zover is. Maar dit terzijde.

Wij hebben in de commissie Maatschappelijke Zaken gesproken over de WIJ, de Wet Investeren in Jongeren.

Op 1 oktober 2010 treedt de Wet investeren in Jongeren in werking. Een nieuwe wet die jongeren meer mogelijkheden en rechten biedt om betaald werk te krijgen, en de verplichting van de gemeente om te helpen als dat niet lukt. Een goed initiatief. Dus daar zijn we erg voor. De VVD is de echte Partij van de Arbeid: wij zijn voor de warmte van een baan, boven de kilte van een uitkering.

Wat wel weer jammer is dat een en ander erg overhaast gerealiseerd moet worden. Wij hebben nu namelijk niet de invulling voor de gemeente Heiloo van deze wet vastgelegd, maar een lokaal noodwetje (ofwel verordening) omdat geen tijd meer is tot aan 1 oktober om een echte invulling te geven. We nemen nu de standaard over en gaan dan de komende maanden nadenken over een Heiloo-er variant en invulling.

Dat de (rijks)overheid de uitvoering van regels teruglegt bij ons als gemeente kan best. En werkt soms beter ook, want wij zitten veel dichter tegen de doelgroep aan. Maar het is wel jammer dat dit zo slordig gebeurt dat wij met noodwetjes aan de gang moeten om jongeren niet in een gat te laten vallen.

DOTalk: ICD-10 vanaf 2011

1 januari 2011 wordt een gedenkwaardige dag. Niet alleen is dat het moment dat de Nederlandse ziekenhuizen gaan werken met zorgproducten, het is ook het moment dat wij in Nederland de ICD-10 codering ingevoerd willen hebben.

Dit is een bijzondere samenloop van hoogtepunten die ongetwijfeld anders bedoeld is geweest. Oorspronkelijk stond de invoerdatum van DOT gepland voor 1 januari 2009. Omdat een en ander toch ingewikkelder was dan voorzien, is deze datum met twee jaar opgeschoven. Waarmee deze invoerdatum opeens samenkomt met die van ICD-10.

De international Statistical Classification of Diseases and Related Health Problems is de opvolger van ICD-9. Beide codestelstels zijn iets geheel anders dan de D(iagnose) code uit de DBC. In Nederland wordt nu door een dokter een DBC getypeerd met een Nederlands Diagnose stelsel, en na afloop van een medisch traject coderen medisch codeurs in een ziekenhuis alles om naar het internationale codestelsel ICD-9.

De doelstelling van de landelijke invoer van ICD-10 is om alle medisch codeurs bij te scholen op het nieuwe codestelsel zodat vanaf 1 januari 2011 aan de achterkant niet meer ICD-9 maar ICD-10 wordt gecodeerd.

Tegelijkertijd is de doelstelling van het DOT project om te komen tot eenmalige registratie aan de bron, te gebruiken voor meer doeleinden. En dat is dus wat anders dan de dokter te laten coderen in stelsel 1 en vervolgens iemand anders te laten vertalen naar stelsel 2.

Ofwel, wat we eigenlijk willen is niet alleen de invoer van DOT, met nieuwe zorgactiviteiten (per afgelopen 1 juli), nieuwe zorgproducten (in plaats van DBC’s) en nieuwe tarieven, maar ook een nieuw codestelsel voor het vastleggen van de diagnoses. 2010 wordt een bijzonder jaar.