Donderdag 16 april mocht ik een gastcollege verzorgen voor studenten in hun laatste jaar van hun opleiding medicijnen. Een boeiende ervaring. Twee groepen van ongeveer 20 studenten die allemaal nog een maand moeten en dan basisarts zijn.
Ik heb de onderwerpen aan gedragen en zij mochten vragen stellen. We hebben gesproken over de DBC (Diagnose Behandeling Combinatie), DOT (het veranderingstraject DBC’s waar ik bij verschillende ziekenhuizen projectleider ben en ‘marketing in de zorg’.
Het was me al aangekondigd dus de verrassing was niet echt groot: de studenten weten bar weinig over de financiering van de zorg. En dan heb ik nog maar een heel klein deel behandeld. Waar de letters DBC voor stonden wisten ze nog net, maar hoe de DBC is opgebouwd wist slechts een beperkt aantal. Dat dit ook over hun toekomstig salaris (eh pardon, honorarium) gaat begreep iedereen, maar de consequenties waren bij niemand bekend.
Ook de weeffout in het systeem, dat specialisten wel opbrengsten hebben, maar dat de kosten bij het ziekenhuis liggen, kende niemand.
Hele interessante discussies ontstonden over de toekomst van de (honoraria en) kosten in de gezondheidszorg. Een paar studenten waren best voorstander van een aftoppen van het specialistensalaris op één (of meer) Balkenendes.Eigenlijk zou dat meteen al moeten. Maar na enige uitleg begreep iedereen dat een specialist die nu enkele Balkenendes aan honorarium ontvangt, waarschijnlijk weinig open staat om dat maar eens flink terug te schroeven.
Als je de DBC structuur al nauwelijks kent, weet je natuurlijk niets van de veranderingen op dat gebied die eraan komen. Dat was dus ook zo. Het project DOT (DBC’s op weg naar transparantie) is bij niemand bekend. Dat dit de systematiek is die straks hun inkomsten (mede) bepaalt wisten ze niet. Nu wel.
Het leukste thema was ‘marktwerking in de zorg’. Daar zijn ze niet uit principe tegen, maar alles met mate. Toen ik over de patiënt begon te praten als cliënt verloor ik de groep. Dat zag ik toch echt verkeerd. “Patiënten zijn geen cliënten”. Met moeite kreeg ik de zaal overtuigd van het feit dat wat zij gaan doen en dat wat ik nu doe eigenlijk wel hetzelfde is, namelijk “professionele dienstverlening”. Iedereen was het wel eens dat het je plicht (en roeping?) is om de patiënt/cliënt naar eer en geweten naar beste kunnen te helpen. Maar cliënten, nee. Twee argumenten waren hierbij het belangrijkst: “de patiënt komt niet vrijwillig” en “wij zijn de professional en weten wat het beste is voor de patiënt”. Met betrekking tot het eerste punt zou ik zeggen: extra veel reden om de patiënt te zien als cliënt en deze zo goed mogelijk te helpen. En het tweede argument werd door een enkele studen al genuanceerd: Veel patiënten hebben hun eigen diagnose met behulp van Google al helemaal gesteld. Dan wordt je toch een heel ander type professional dan dat de dokter vroeger was.
Studenten medicijnen begrijpen niets van marktwerking in de zorg.
Reageer