Nu mijn vader in het zorgcircuit is beland, en ik er dus anders betrokken bij ben dan als projectmanager of adviseur kom ik tot de conclusie dat er maar één optie is: doorgaan met de marktwerking.
In de profit zou een organisatie (bijvoorbeeld een hotel) waarbij het personeel niet klopt op een deur voordat ze binnenkomen, u meteen tutoyeren, roepen ‘nog wat te drinken’ op korte termijn de deuren moeten sluiten.
Maar in de Nederlandse zorg is dit gewoon mogelijk.
Voor het transport van het ziekenhuis naar het revalidatiecentrum moesten wij een rolstoel regelen bij de thuiszorg (zaterdag ergens een rolstoel regelen, zondag inleveren bij het ziekenhuis, maandagochtend vervoer patient in rolstoelbus naar revalidatiecentrum, en maandagmiddag kon ik de rolstoel weer ergens terugbrengen). Bij het ‘binnen wheelen’ door de patient zelf werd ie teruggeroepen door de chauffeur, want er moest contant worden afgerekend.
De rest van het verhaal zal ik u besparen. Al vind ik de geleverde zorg ook niet echt goed (waarom moet iemand de hele dag op de kamer blijven omdat wellicht de arts langskomt?)
Ik wil keuze in de zorg. Niet (alleen) op prijs, maar ook op kwaliteit. Een hotel kent sterren, waarom een (revalidatie)centrum niet.
Daarbij ben ik van mening (ik volg daarin Porter in zijn ‘Redefining Healthcare’) dat kwalitatief goede zorg op de lange termjn niet eens duurder hoeft te zijn.
Natuurlijk moet de kwaliteit van de zorg gewaarborgd worden, en natuurlijk heeft de overheid daar een rol in. Maar als een ziekenhuis, revalidatiecentrum, V&V, of welke instelling dan ook, in concurrentie patienten zou moeten binnenhalen zou dit de kwaliteit van de zorg beslist ten goede komen.
Dit is een reactie op een artikel van Arend de Heus op LinkedIn discussie ‘Ondernemen in de Zorg’.