DOTalk: turbulentie

Het stormt in DOT land. Waar in het ene ziekenhuis het DOT plan van aanpak wordt vastgesteld, met als doel er als geheel ziekenhuis er beter van te worden, wordt in een ander ziekenhuis alle activiteiten gestopt want DOT gaat toch niet door.

DOT, ofwel DBC’s op weg naar transparantie, is het DBC verbeterprogramma voor de ziekenhuizen. Met nog heel veel te doen, heel veel onzekerheden en dus risico’s en heel veel belanghebbenden.

En van deze combinatie worden veel mensen zenuwachtig. En omdat het vrij menselijk is om tegen veranderingen te zijn (elke verandering kost altijd moeite, energie, extra inspanning en flexibiliteit) gaan er stemmen op om met DOT te stoppen. Of in ieder geval voorlopig.

En dat zou vreselijk jammer zijn. Want er zit al enorm veel tijd van enorm veel mensen in de verbetering van de DBC systematiek die met DOT zou worden ingevoerd.

Hoewel er heus nog veel onduidelijkheden zijn, hebben de wetenschappelijke verenigingen samen met DBC-Onderhoud en ongetwijfeld nog veel meer belanghebbenden tijd en energie gestoken in de verbetering van de DBC systematiek. Althans, zo is het mij wijs gemaakt en ik geloof dat.

Fouten die nu nog in de DBC’s zitten zijn eruit gehaald, nieuwe inzichten zijn toegevoegd en onhandige registratieregels zijn gelijkgetrokken.

Maar wil dit allemaal gaan vliegen, dan moeten we wel de overstap maken naar de nieuwe zorgproducten. We stappen af van het principe van valideren, en gaan afleiden met behulp van de Grouper. En nemen afscheid van de DBC.

En veel is nog uit te zoeken  maar uiteindelijk leidt het tot een betere systematiek. Zie ook het interview met Hans den Hollander, bestuurslid van de NVZ en directeur bedrijfsvoering  van het Diaconessenhuis in Leiden, hierover.

Maar dit gaat alleen maar werken als we de weg tot het doel aflopen. En niet halverwege gaan dwalen, beetje links, beetje rechts, stukje terug, paar passen voorwaarts, even halt houden en zo voort. Dat haalt de vaart eruit, introduceert nog meer onduidelijkheid, en iedereen die vol enthousiasme bezig was stopt ook maar, want aan een dood paard trekken levert niemand iets op.

Heb ik belang bij DOT, dat ik zo graag door wil?

Ja, maar niet echt. Natuurlijk vind ik het jammer als alle inspanningen die wij voor de NVZ hebben gedaan voor niets waren. Maar mijn salaris heb ik toch gekregen, en het hoort bij het leven van een extern adviseur dat je soms een project doet dat uiteindelijk de eindstreep niet haalt (gebeurt ongetwijfeld ook bij interne medewerkers). Mijn huidige projecten gaan gewoon door. De ziekenhuizen waar ik werk hebben DOT aangegrepen om hun bedrijfsprocessen te verbeteren. Als DOT stopt is dat nog steeds nuttig. Wellicht komt de prioriteit iets anders te liggen.

Maar ik zie ruime mogelijkheden voor verbetering van de administraties in ziekenhuizen waar DOT een enorme boost aan geeft. En iedereen die in de zorg werkt weet dat hier nog veel winst te halen is. Turbulentie om de turbulentie heeft niemand wat aan. Laten we er een succes van maken.

DOTalk – pregrouperen

Ik krijg regelmatig vragen over het begrip pre-grouperen. Dat dit toch wel gewenst is en of de softwareleverancier van het ziekenhuis (dat de vraag stelt) dit mogelijk maakt.

Voor iedereen buiten de ziekenhuiswereld, of zelfs voor iederin in de zh-wereld maar nog niet bezig met de nieuwe DBC wordt het verhaal hierna buitengewoon abracadabra. Niet verder lezen zou ik zeggen.

Er is geen exacte door iedereen geaccepteerde uitleg van pre-grouperen, maar een algemeen beeld is er wel: door ziekenhuizen wordt het aanleveren aan de Grouper gezien als het aanleveren van ziekenhuisinformatie aan een black-box. Zonder dat je als aanleverende partij weet wat de Grouper oplevert. Daarom willen ziekenhuizen pre-grouperen om eerst zelf te bepalen wat de Grouper zou moeten opleveren, voordat ziekenhuisinformatie ‘voor het echt’ aan de Grouper (van DBC-Onderhoud) wordt aangeboden.

Je zou dit kunnen lezen als het in je eigen ziekenhuis nabouwen van de landelijke Grouper. Dan bepaal je met een eigen kopie van landelijke software welk zorgproduct straks (ook) door de Grouper wordt afgeleid.

Dit is om meer redenen geen goed idee:

1) het is zonde van de investering om de landelijke afleiding voor lokaal gebruik na te laten bouwen;

2) als de landelijke Grouper een ander zorgproduct oplevert dan de eigen lokale Grouper: wie heeft er dan gelijk?

3) als de landelijke Grouper wel hetzelfde oplevert als de lokale Grouper, is bewezen dat de beide software pakketten hetzelfde werken (maar wat wil je in je ziekenhuis met deze informatie?)

4) als de registratie in het ziekenhuis onvolledig is, levert een eigen grouper een te goedkoop zorgproduct op, en de landelijke grouper ook. Dus pregrouperen is geen controle op volledigheid van de registratie.

Een tweede invulling van het begrip pre-grouperen is het vooraf (voor het moment van declareren) opsturen van ziekenhuis informatie naar de officiele Grouper. Om ‘alvast’ te bekijken wat de registratie tot nu toe oplevert. Het verschil tussen ‘grouperen’ en ‘pre-grouperen’ vervaagt dan omdat in beide gevallen de landelijke grouper wordt aangeroepen. In het ene geval ter informatie, in het andere geval in het kader van het declaratieproces. Met moeite kan ik me voorstellen dat hier in een ziekenhuis behoefte aan is. De vraag is of de ziekenhuis infrastructuur er op gericht moet zijn om op elk moment in een zorgproces ook even de Grouper aan te kunnen roepen. Om te kijken wat voor zorgproduct wordt afgeleid op basis van de registratie tot nu toe.

Waar het echt om gaat is de controle van volledigheid van de registratie binnen het ziekenhuis. Vrijwel zonder uitzondering is elk ziekenhuis van mening dat de eigen (basis)registratie beter kan, ofwel nu nog onvolledig is. En dat betekent dat de Grouper een onvolledig (zorg)product zal afleiden. Immers, als niet alles wat aan activiteiten bij een patiënt is uitgevoerd ook is vastgelegd, kan een Grouper nooit het juiste product vaststellen.

Het issue is dus niet of we moeten pre-grouperen of niet, maar hoe we controleren dat de interne ziekenhuis registratie volledig is. Pre-grouperen is daar niet de methode voor. Ik kom hierop terug.

DOTalk 12 juli

Deze week heb ik het plan van aanpak DOT besproken in de stuurgroep. Het plan is natuurlijk gebaseerd op het standaard plan van aanpak dat wij begin dit jaar voor de ziekenhuizen hebben opgeleverd. Maar inmiddels weten we wel veel meer. Vandaag richt ik me op de planning.

Veel deadlines doorgeschoven ten opzichte van een half jaar geleden, behalve die ene: de datum dat we op basis van DOT gaan declareren is nog steeds 1 januari 2011. Maar ondertussen is de grouper nog steeds niet klaar, zijn de registratieregels nog in concept, wordt het moment dat de normtijden en tarieven worden opgeleverd beetje bij beetje uitgesteld en ontbreekt een ketentest voor de nieuwe declaratiestandaard in het geheel in de masterplanning van de landelijke projectleider. Een planning opstellen met deze gegevens in het achterhoofd is daarom best lastig.

En toch kan het wel. Ik ben uitgegaan van data die ik als deadline beschouw voor een succesvolle introductie van DOT: • 1 oktober 2009 moet de grouper geheel gereed zijn om te gaan schaduwdraaien. Dat betekent dat voor die tijd de koploperziekenhuizen al hebben getest met hun softwareleveranciers en dat de eerste fouten er al uit zijn. • 1 januari 2010 moeten de tarieven bekend zijn zodat we kunnen gaan rondrekenen: zorgproducten vs DBCs. Hierna volgen nog meer deadlines maar dit wordt al moeilijk genoeg.

De vraag is natuurlijk waarom ik zo nodig nu al wil gaan schaduwdraaien. Dat kan toch volgende zomer ook wel. NEE, natuurlijk niet. We moeten met alle ziekenhuizen ervaring gaan opdoen met de kwaliteit van de basisregistratie en vervolgens afgeleide zorgproducten naast DBCs gaan leggen. Want als we dat niet doen wordt 2011 wel een hel grote gok. En ongetwijfeld komt er wel een soort van vangnet, maar laten we eerlijk zijn: dat is natuurlijk geen optie voor de zelfbewuste ziekenhuismanager.

 

DOT Planning volgens Caj Oosters

DOT Planning volgens Caj Oosters

DOTalk 5 juli

De eerste steen is gelegd. Op 1 juli is de nieuwe zorgactiviteitentabel life gegaan. Voor de ziekenhuizen een hele prestatie. Natuurlijk is het niet de eerste keer dat er veranderingen optreden in de CTG codes. Dat gebeurt regelmatig. Maar zo’n grote wijziging, die zo laat is opgeleverd, waarvoor de validatiemodule halsoverkop nog moest worden aangepast vroeg toch een forse investering. In het ziekenhuis waar ik projectleider ben heeft het projectteam de inspanning becijferd op 75 dagen. En dan maken wij nog niet eens gebruik van de CBV tabellen. Die pas 3 weken van te voren werden opgeleverd. Waarmee het tegen alle verwachtingen in pas echt complex werd.

Of die 75 dagen gemiddeld is weet ik (maar hoor ik graag van de lezers). Als we uitgaan van 100 ziekenhuizen in Nederland, die allemaal 75 dagen nodig hadden was de eerste investering in DOT 7500 dagen. Tegen een makkelijk rekentarief (intern en extern) van 500 euro per dag was dat nog geen 4 miljoen euro. En DOT moet nog beginnen.

DOTalk inleiding

Voor mijn werk als senior manager in de gezondheidszorg bij Deloitte ben ik nu druk bezig met het programma DOT. Dit staat voor DBCs op weg naar Transparantie. In verschillende ziekenhuizen ben ik projectleider voor de invoering, en regelmatig word ik gevraagd over DOT te adviseren of te presenteren. Tegelijkertijd is er in den lande veel rumoer over DOT: “Moeten we meedoen?”,  ”Wat betekent het voor ons?”,  ”Worden we er beter van?”,  ”Het gaat toch niet door.” zijn voorbeelden. Ik kom in mijn werk leuke, opmerkelijke, vervelende, grappige en andere zaken tegen die ik graag wil delen. Daarvoor is mijn blog natuurlijk heel geschikt. Of ik dat volhoud moet blijken. Helemaal als ook de vakantieperiode nog eens aanbreekt. Maar wie weet.

Als ik ook reacties krijg op wat ik te melden heb is zowiezo de kans dat ik blijf schrijven groter. Een discussie is altijd nog leuker dan alleen je eigen belevenissen opschrijven.